wegraken
werkwoordBetekenis
- onvindbaar worden
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van wegraken
wegrakenhele werkwoord — raakte wegverleden tijd enkelvoud — raakten wegverleden tijd meervoud — weggeraaktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | raak weg | raakte weg |
| jij | raakt weg | raakte weg |
| hij, zij, het | raakt weg | raakte weg |
| wij | raken weg | raakten weg |
| jullie | raken weg | raakten weg |
| zij | raken weg | raakten weg |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben weggeraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent weggeraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is weggeraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is weggeraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| raak weg | gebiedende wijs |
| raakte weg | verleden tijd |
| te zijn weggeraakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wegraken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart weggeraakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggeraakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren weggeraakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggeraakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was weggeraakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was weggeraakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was weggeraakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| weg te raken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weg te zullen raken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weg zal raken | bijzin, toekomende tijd |
| weg zou raken | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zouden raken | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zoudt raken | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zullen raken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weg zullen raken | bijzin, toekomende tijd |
| weg zult raken | bijzin, toekomende tijd |
| weggeraakt | verleden tijd, deelwoord |
| weggeraakt te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggeraakt zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| wegraak | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegraakt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegraakte | bijzin, verleden tijd |
| wegraakten | bijzin, verleden tijd |
| wegrakend | onvoltooid, deelwoord |
| zal weggeraakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggeraakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal weggeraakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal wegraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wegraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wegraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal wegraken | bijzin, toekomende tijd |
| zijn weggeraakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn weggeraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn weggeraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn weggeraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt weggeraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou weggeraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggeraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggeraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou wegraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wegraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wegraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou wegraken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) wegraken weg zou(dt) raken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden weggeraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggeraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggeraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden wegraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wegraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wegraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden wegraken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt weggeraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt wegraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt wegraken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen weggeraakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggeraakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggeraakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen wegraken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wegraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wegraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wegraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen wegraken | bijzin, toekomende tijd |
| zult weggeraakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult wegraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult wegraken | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal wegraken weg zult/zal raken | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van weg en raken
Woordfamilie van wegraken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| raak weg | gebiedende wijs | wegraken |
| raakt weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wegraken |
| raakte weg | verleden tijd | wegraken |
| raakten weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wegraken |
| rake weg | woordvorm | wegraken |
| raken weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | wegraken |
| weggeraakt | voltooid deelwoord | wegraken |
| weggeraakte | woordvorm | wegraken |
| wegraak | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegraken |
| wegraakt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegraken |
| wegraakte | subordinate-clause, verleden tijd | wegraken |
| wegraakten | subordinate-clause, verleden tijd | wegraken |
| wegrake | with-subordinate-clause | wegraken |
| wegrakend | onvoltooid deelwoord | wegraken |
| wegrakende | woordvorm | wegraken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegraken zijn vastgelegd.