wegkruipen
werkwoord ˈwɛxkrœypə(n)Betekenis
- zich kruipend verwijderen
- zich in een kleine ruimte verbergen
Hoe spreek je wegkruipen uit?
/ˈwɛxkrœypən/
Wegkruipen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| k | kat |
| r | rood |
| œy | huis |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van wegkruipen
wegkruipenhele werkwoord — kroop wegverleden tijd enkelvoud — kropen wegverleden tijd meervoud — weggekropenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kruip weg | kroop weg |
| jij | kruipt weg | kroop weg |
| hij, zij, het | kruipt weg | kroop weg |
| wij | kruipen weg | kropen weg |
| jullie | kruipen weg | kropen weg |
| zij | kruipen weg | kropen weg |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben weggekropen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent weggekropen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is weggekropen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is weggekropen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kroop weg | verleden tijd |
| kruip weg | gebiedende wijs |
| te zijn weggekropen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wegkruipen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart weggekropen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggekropen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren weggekropen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggekropen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was weggekropen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was weggekropen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was weggekropen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| weg te kruipen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weg te zullen kruipen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weg zal kruipen | bijzin, toekomende tijd |
| weg zou kruipen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zouden kruipen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zoudt kruipen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zullen kruipen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weg zullen kruipen | bijzin, toekomende tijd |
| weg zult kruipen | bijzin, toekomende tijd |
| weggekropen | verleden tijd, deelwoord |
| weggekropen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggekropen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| wegkroop | bijzin, verleden tijd |
| wegkropen | bijzin, verleden tijd |
| wegkruip | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegkruipend | onvoltooid, deelwoord |
| wegkruipt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| zal weggekropen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggekropen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal weggekropen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal wegkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wegkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wegkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal wegkruipen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn weggekropen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn weggekropen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn weggekropen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn weggekropen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt weggekropen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou weggekropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggekropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggekropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou wegkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wegkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wegkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou wegkruipen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) wegkruipen weg zou(dt) kruipen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden weggekropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggekropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggekropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden wegkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wegkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wegkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden wegkruipen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt weggekropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt wegkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt wegkruipen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen weggekropen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggekropen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggekropen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen wegkruipen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wegkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wegkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wegkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen wegkruipen | bijzin, toekomende tijd |
| zult weggekropen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult wegkruipen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult wegkruipen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal wegkruipen weg zult/zal kruipen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van weg bw en kruipen
Woordfamilie van wegkruipen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kroop weg | verleden tijd | wegkruipen |
| kropen weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wegkruipen |
| kruip weg | gebiedende wijs | wegkruipen |
| kruipe weg | woordvorm | wegkruipen |
| kruipen weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | wegkruipen |
| kruipt weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wegkruipen |
| weggekropen | voltooid deelwoord | wegkruipen |
| wegkroop | subordinate-clause, verleden tijd | wegkruipen |
| wegkropen | subordinate-clause, verleden tijd | wegkruipen |
| wegkruip | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegkruipen |
| wegkruipe | with-subordinate-clause | wegkruipen |
| wegkruipend | onvoltooid deelwoord | wegkruipen |
| wegkruipende | woordvorm | wegkruipen |
| wegkruipt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegkruipen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegkruipen zijn vastgelegd.