Naar de inhoud

wegkomen

op gelukkige wijze ontsnappen

wegkomen

werkwoord

Betekenis

  1. op gelukkige wijze ontsnappen
  2. zich verwijderen, ophoepelen
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van wegkomen

wegkomenhele werkwoord — kwam wegverleden tijd enkelvoud — kwamen wegverleden tijd meervoud — weggekomenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kom weg kwam weg
jij komt weg kwaamt weg
hij, zij, het komt weg kwam weg
wij komen weg kwamen weg
jullie komen weg kwamen weg
zij komen weg kwamen weg
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben weggekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is weggekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kom weg gebiedende wijs
kwam weg verleden tijd
te zijn weggekomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegkomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart weggekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te komen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen komen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal komen bijzin, toekomende tijd
weg zou komen bijzin, voorwaardelijk
weg zouden komen bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt komen bijzin, voorwaardelijk
weg zullen komen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen komen bijzin, toekomende tijd
weg zult komen bijzin, toekomende tijd
weggekomen verleden tijd, deelwoord
weggekomen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggekomen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
wegkom bijzin, tegenwoordige tijd
wegkomend onvoltooid, deelwoord
wegkomt bijzin, tegenwoordige tijd
wegkwaamt bijzin, verleden tijd
wegkwam bijzin, verleden tijd
wegkwamen bijzin, verleden tijd
zal weggekomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggekomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wegkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegkomen bijzin, toekomende tijd
zijn weggekomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn weggekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weggekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wegkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegkomen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) wegkomen weg zou(dt) komen bijzin, voorwaardelijk
zouden weggekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wegkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegkomen bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wegkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegkomen bijzin, voorwaardelijk
zullen weggekomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggekomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wegkomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wegkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen wegkomen bijzin, toekomende tijd
zult weggekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult wegkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult wegkomen bijzin, toekomende tijd
zult/zal wegkomen weg zult/zal komen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van weg bw en komen

Woordfamilie van wegkomen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
kom weg gebiedende wijs wegkomen
kome weg woordvorm wegkomen
komen weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon wegkomen
komt weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wegkomen
kwam weg verleden tijd wegkomen
kwamen weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wegkomen
weggekomen voltooid deelwoord wegkomen
wegkom subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegkomen
wegkome with-subordinate-clause wegkomen
wegkomend onvoltooid deelwoord wegkomen
wegkomende woordvorm wegkomen
wegkomt subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegkomen
wegkwam subordinate-clause, verleden tijd wegkomen
wegkwamen subordinate-clause, verleden tijd wegkomen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegkomen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wegkomen

Wat betekent wegkomen?
Wegkomen is een werkwoord. Het woord betekent: op gelukkige wijze ontsnappen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je wegkomen?
Je vervoegt wegkomen als volgt: het voltooid deelwoord is weggekomen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wegkomen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. K 3
  5. O 1
  6. M 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wegkomen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. K 3
  5. O 1
  6. M 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wegkomen in het kort

wegkomen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van wegkomen zijn 48 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort wegkomen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

wegkomen: op gelukkige wijze ontsnappen
Deel wegkomen — standaardnederlands.nl