Naar de inhoud

wegjagen

jagend verdrijven

wegjagen

werkwoord

Betekenis

  1. jagend verdrijven

Vervoeging van wegjagen

wegjagenhele werkwoord — jaagde wegverleden tijd enkelvoud — jaagden wegverleden tijd meervoud — weggejaagdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik jaag weg jaagde weg
jij jaagt weg jaagde weg
hij, zij, het jaagt weg jaagde weg
wij jagen weg jaagden weg
jullie jagen weg jaagden weg
zij jagen weg jaagden weg
Alle 148 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben weggejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is weggejaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was weggejaagd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd weggejaagd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt weggejaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal weggejaagd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal weggejaagd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou weggejaagd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou weggejaagd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had weggejaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had weggejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had weggejaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden weggejaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden weggejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden weggejaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt weggejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb weggejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggejaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben weggejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben weggejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt weggejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is weggejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
jaag weg gebiedende wijs
jaagde weg verleden tijd
joeg weg verleden tijd
te hebben weggejaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegjagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart weggejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggejaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggejaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggejaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggejaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te jagen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen jagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal jagen bijzin, toekomende tijd
weg zou jagen bijzin, voorwaardelijk
weg zouden jagen bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt jagen bijzin, voorwaardelijk
weg zullen jagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen jagen bijzin, toekomende tijd
weg zult jagen bijzin, toekomende tijd
weggejaagd verleden tijd, deelwoord
weggejaagd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggejaagd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggejaagd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggejaagd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggejaagd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggejaagd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggejaagd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggejaagd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggejaagd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggejaagd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
wegjaag bijzin, tegenwoordige tijd
wegjaagde bijzin, verleden tijd
wegjaagden bijzin, verleden tijd
wegjaagt bijzin, tegenwoordige tijd
wegjagend onvoltooid, deelwoord
wegjoeg bijzin, verleden tijd
wegjoegen bijzin, verleden tijd
werd weggejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd weggejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd weggejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden weggejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden weggejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden weggejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt weggejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word weggejaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden weggejaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden weggejaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden weggejaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt weggejaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt weggejaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal weggejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weggejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal weggejaagd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggejaagd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wegjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegjagen bijzin, toekomende tijd
zijn weggejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weggejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weggejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou weggejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wegjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegjagen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) wegjagen weg zou(dt) jagen bijzin, voorwaardelijk
zouden weggejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weggejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weggejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wegjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegjagen bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wegjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegjagen bijzin, voorwaardelijk
zullen weggejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weggejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weggejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggejaagd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggejaagd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggejaagd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wegjagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van weg bw en jagen ww

Woordfamilie van wegjagen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
jaag weg gebiedende wijs wegjagen
jaagde weg verleden tijd wegjagen
jaagden weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wegjagen
jaagt weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wegjagen
jage weg woordvorm wegjagen
jagen weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon wegjagen
joeg weg verleden tijd wegjagen
joegen weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wegjagen
weggejaagd voltooid deelwoord wegjagen
weggejaagde woordvorm wegjagen
wegjaag subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegjagen
wegjaagde subordinate-clause, verleden tijd wegjagen
wegjaagden subordinate-clause, verleden tijd wegjagen
wegjaagt subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegjagen
wegjage with-subordinate-clause wegjagen
wegjagend onvoltooid deelwoord wegjagen
wegjagende woordvorm wegjagen
wegjoeg subordinate-clause, verleden tijd wegjagen
wegjoegen subordinate-clause, verleden tijd wegjagen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegjagen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wegjagen

Wat is de betekenis van wegjagen?
Wegjagen is een werkwoord. De betekenis is: jagend verdrijven.
Hoe vervoeg ik wegjagen?
Zo vervoeg je wegjagen zo: het voltooid deelwoord is weggejaagd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wegjagen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. J 4
  5. A 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wegjagen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. J 4
  5. A 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 19 zonder bonus
  10. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wegjagen in het kort

wegjagen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van wegjagen staan er 92 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort wegjagen bij een woordfamilie van 19 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

wegjagen: jagend verdrijven
Deel wegjagen — standaardnederlands.nl