wegduiken
werkwoord ˈwɛɣdœykə(n)Betekenis
- door te duiken zich aan iets onttrekken, zich in veiligheid brengen
Hoe spreek je wegduiken uit?
/ˈwɛxdœykən/
Wegduiken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| d | dak |
| œy | huis |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van wegduiken
wegduikenhele werkwoord — dook wegverleden tijd enkelvoud — doken wegverleden tijd meervoud — weggedokenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | duik weg | dook weg |
| jij | duikt weg | dook weg |
| hij, zij, het | duikt weg | dook weg |
| wij | duiken weg | doken weg |
| jullie | duiken weg | doken weg |
| zij | duiken weg | doken weg |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben weggedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent weggedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dook weg | verleden tijd |
| duik weg | gebiedende wijs |
| ev. | gebiedende wijs |
| is weggedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is weggedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te zijn weggedoken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wegduiken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart weggedoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggedoken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren weggedoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggedoken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was weggedoken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was weggedoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was weggedoken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| weg te duiken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weg te zullen duiken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weg zal duiken | bijzin, toekomende tijd |
| weg zou duiken | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zouden duiken | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zoudt duiken | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zullen duiken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weg zullen duiken | bijzin, toekomende tijd |
| weg zult duiken | bijzin, toekomende tijd |
| wegdoken | bijzin, verleden tijd |
| wegdook | bijzin, verleden tijd |
| wegduik | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegduikend | onvoltooid, deelwoord |
| wegduikt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| weggedoken | verleden tijd, deelwoord |
| weggedoken te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggedoken zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zal wegduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wegduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wegduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal wegduiken | bijzin, toekomende tijd |
| zal weggedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal weggedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn weggedoken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn weggedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn weggedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn weggedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt weggedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou wegduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wegduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wegduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou wegduiken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou weggedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) wegduiken weg zou(dt) duiken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden wegduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wegduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wegduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden wegduiken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden weggedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt wegduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt wegduiken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt weggedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen wegduiken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wegduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wegduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wegduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen wegduiken | bijzin, toekomende tijd |
| zullen weggedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult wegduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult wegduiken | bijzin, toekomende tijd |
| zult weggedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal wegduiken weg zult/zal duiken | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van weg en duiken
Woordfamilie van wegduiken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doken weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wegduiken |
| dook weg | verleden tijd | wegduiken |
| duik weg | gebiedende wijs | wegduiken |
| duike weg | woordvorm | wegduiken |
| duiken weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | wegduiken |
| duikt weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wegduiken |
| wegdoken | subordinate-clause, verleden tijd | wegduiken |
| wegdook | subordinate-clause, verleden tijd | wegduiken |
| wegduik | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegduiken |
| wegduike | with-subordinate-clause | wegduiken |
| wegduikend | onvoltooid deelwoord | wegduiken |
| wegduikende | woordvorm | wegduiken |
| wegduikt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegduiken |
| weggedoken | voltooid deelwoord | wegduiken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegduiken zijn vastgelegd.