Naar de inhoud

weerzien

het iemand na een lange tijd weer ontmoeten

weerzien is meer dan één woord

weerzien

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈwerzin

Betekenis

  1. het iemand na een lange tijd weer ontmoeten

Hoe spreek je weerzien uit?

/ˈwerzin/

Weerzien bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈwerzin/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
w quiz
e veel
r rood
z zon
i riet
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. na geruime tijd opnieuw zien formal, transitive

Vervoeging van weerzien

weerzienhele werkwoord — zag weerverleden tijd enkelvoud — zagen weerverleden tijd meervoud — weergezienvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zie weer zag weer
jij ziet weer zaagt weer
hij, zij, het ziet weer zag weer
wij zien weer zagen weer
jullie zien weer zagen weer
zij zien weer zagen weer
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben weergezien voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weergezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is weergezien impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was weergezien impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd weergezien impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt weergezien impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal weergezien worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal weergezien zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou weergezien worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou weergezien zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had weergezien voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had weergezien voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had weergezien voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden weergezien voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden weergezien voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden weergezien voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt weergezien voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb weergezien voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weergezien actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben weergezien voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weergezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben weergezien voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt weergezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weergezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weergezien voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is weergezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weergezien voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben weergezien actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen weerzien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart weergezien voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weergezien voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weergezien voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weergezien voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weergezien voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weergezien voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weergezien voltooid, verleden tijd, derde persoon
weer te zien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weer te zullen zien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weer zal zien bijzin, toekomende tijd
weer zou zien bijzin, voorwaardelijk
weer zouden zien bijzin, voorwaardelijk
weer zoudt zien bijzin, voorwaardelijk
weer zullen zien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weer zullen zien bijzin, toekomende tijd
weer zult zien bijzin, toekomende tijd
weergezien verleden tijd, deelwoord
weergezien te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weergezien te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weergezien te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weergezien te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weergezien te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weergezien worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weergezien zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weergezien zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weergezien zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weergezien zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weerzaagt bijzin, verleden tijd
weerzag bijzin, verleden tijd
weerzagen bijzin, verleden tijd
weerzie bijzin, tegenwoordige tijd
weerziend onvoltooid, deelwoord
weerziet bijzin, tegenwoordige tijd
werd weergezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd weergezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd weergezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden weergezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden weergezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden weergezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt weergezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word weergezien enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden weergezien enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden weergezien enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden weergezien enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt weergezien enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt weergezien enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zag weer verleden tijd
zal weergezien hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weergezien hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weergezien hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weergezien worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weergezien worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal weergezien zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weergezien zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weerzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal weerzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal weerzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal weerzien bijzin, toekomende tijd
zie weer gebiedende wijs
zijn weergezien voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weergezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weergezien voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weergezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weergezien hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weergezien hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weergezien hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weergezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weergezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou weergezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weergezien zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weergezien zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weergezien zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weerzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou weerzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou weerzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou weerzien bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) weerzien weer zou(dt) zien bijzin, voorwaardelijk
zouden weergezien hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weergezien hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weergezien hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weergezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weergezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weergezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weergezien zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weergezien zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weergezien zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weerzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weerzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weerzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden weerzien bijzin, voorwaardelijk
zoudt weergezien hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weergezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weergezien zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weerzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt weerzien bijzin, voorwaardelijk
zullen weergezien hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weergezien hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weergezien hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weergezien worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weergezien worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weergezien worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weergezien zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weergezien zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weergezien zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weerzien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen weerzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weerzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weerzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen weerzien bijzin, toekomende tijd

zelfstandig naamwoord — neuter

  1. ontmoeting lang na de voorgaande ontmoeting met dezelfde persoon no-plural

Herkomst

samenstelling van weer bw en zien ww

Woordfamilie van weerzien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
weergezien voltooid deelwoord weerzien
weergeziene woordvorm weerzien
weerzag subordinate-clause, verleden tijd weerzien
weerzagen subordinate-clause, verleden tijd weerzien
weerzie subordinate-clause, tegenwoordige tijd weerzien
weerziend onvoltooid deelwoord weerzien
weerziende woordvorm weerzien
weerziet subordinate-clause, tegenwoordige tijd weerzien
zag weer verleden tijd weerzien
zagen weer aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon weerzien
zie weer gebiedende wijs weerzien
zien weer aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon weerzien
ziet weer aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon weerzien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weerzien zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over weerzien

Hoe spreek ik weerzien uit?
Zo spreek je weerzien uit: /ˈwerzin/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van weerzien?
Weerzien is een werkwoord. De betekenis is: het iemand na een lange tijd weer ontmoeten. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik weerzien?
Zo vervoeg je weerzien zo: het voltooid deelwoord is weergezien. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord weerzien is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. Z 4
  6. I 1
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

weerzien levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. Z 5
  6. I 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

weerzien in het kort

weerzien is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van weerzien staan er 90 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort weerzien bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

weerzien: het iemand na een lange tijd weer ontmoeten
Deel weerzien — standaardnederlands.nl