Naar de inhoud

weergeven

zichtbaar maken, laten zien, tonen

weergeven

werkwoord

Betekenis

  1. zichtbaar maken, laten zien, tonen

Vervoeging van weergeven

weergevenhele werkwoord — gaf weerverleden tijd enkelvoud — gaven weerverleden tijd meervoud — weergegevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik geef weer gaf weer
jij geeft weer gaaft weer
hij, zij, het geeft weer gaf weer
wij geven weer gaven weer
jullie geven weer gaven weer
zij geven weer gaven weer
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben weergegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weergegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is weergegeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was weergegeven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd weergegeven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt weergegeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal weergegeven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal weergegeven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou weergegeven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou weergegeven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gaf weer verleden tijd
geef weer gebiedende wijs
had weergegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had weergegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had weergegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden weergegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden weergegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden weergegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt weergegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb weergegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weergegeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben weergegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weergegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben weergegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt weergegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weergegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weergegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is weergegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weergegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben weergegeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen weergeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart weergegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weergegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weergegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weergegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weergegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weergegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weergegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
weer te geven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weer te zullen geven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weer zal geven bijzin, toekomende tijd
weer zou geven bijzin, voorwaardelijk
weer zouden geven bijzin, voorwaardelijk
weer zoudt geven bijzin, voorwaardelijk
weer zullen geven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weer zullen geven bijzin, toekomende tijd
weer zult geven bijzin, toekomende tijd
weergaaft bijzin, verleden tijd
weergaf bijzin, verleden tijd
weergaven bijzin, verleden tijd
weergeef bijzin, tegenwoordige tijd
weergeeft bijzin, tegenwoordige tijd
weergegeven verleden tijd, deelwoord
weergegeven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weergegeven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weergegeven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weergegeven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weergegeven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weergegeven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weergegeven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weergegeven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weergegeven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weergegeven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weergevend onvoltooid, deelwoord
werd weergegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd weergegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd weergegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden weergegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden weergegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden weergegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt weergegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word weergegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden weergegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden weergegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden weergegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt weergegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt weergegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal weergegeven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weergegeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weergegeven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weergegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weergegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal weergegeven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weergegeven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weergeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal weergeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal weergeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal weergeven bijzin, toekomende tijd
zijn weergegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weergegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weergegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weergegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weergegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weergegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weergegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weergegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weergegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou weergegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weergegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weergegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weergegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weergeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou weergeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou weergeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou weergeven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) weergeven weer zou(dt) geven bijzin, voorwaardelijk
zouden weergegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weergegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weergegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weergegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weergegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weergegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weergegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weergegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weergegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weergeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weergeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weergeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden weergeven bijzin, voorwaardelijk
zoudt weergegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weergegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weergegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weergeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt weergeven bijzin, voorwaardelijk
zullen weergegeven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weergegeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weergegeven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weergegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weergegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weergegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weergegeven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weergegeven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weergegeven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weergeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen weergeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weergeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weergeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen weergeven bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van weer en geven

Woordfamilie van weergeven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gaf weer verleden tijd weergeven
gaven weer aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon weergeven
geef weer gebiedende wijs weergeven
geeft weer aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon weergeven
geve weer woordvorm weergeven
geven weer aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon weergeven
weergaf subordinate-clause, verleden tijd weergeven
weergeef subordinate-clause, tegenwoordige tijd weergeven
weergeeft subordinate-clause, tegenwoordige tijd weergeven
weergeve with-subordinate-clause weergeven
weergevend onvoltooid deelwoord weergeven
weergevende woordvorm weergeven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weergeven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over weergeven

Wat betekent weergeven?
Weergeven is een werkwoord. Het woord betekent: zichtbaar maken, laten zien, tonen.
Hoe vervoeg je weergeven?
Je vervoegt weergeven als volgt: het voltooid deelwoord is weergegeven. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord weergeven is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. G 3
  6. E 1
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

weergeven levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. G 3
  6. E 1
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

weergeven in het kort

weergeven staat in dit woordenboek als werkwoord. Van weergeven zijn 90 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort weergeven bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

weergeven: zichtbaar maken, laten zien, tonen
Deel weergeven — standaardnederlands.nl