Naar de inhoud

wauwelen

langdurig zinloos praten

wauwelen

werkwoord

Betekenis

  1. langdurig zinloos praten

Vervoeging van wauwelen

wauwelenhele werkwoord — wauweldeverleden tijd enkelvoud — wauweldenverleden tijd meervoud — gewauweldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wauwel wauwelde
jij wauwelt wauwelde
hij, zij, het wauwelt wauwelde
wij wauwelen wauwelden
jullie wauwelen wauwelden
zij wauwelen wauwelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gewauweld verleden tijd, deelwoord
gewauweld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewauweld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gewauweld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewauweld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewauweld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewauweld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewauweld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewauweld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gewauweld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gewauweld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewauweld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewauweld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewauweld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewauweld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gewauweld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewauweld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewauweld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gewauweld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te wauwelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wauwelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
wauwel gebiedende wijs
wauwelde verleden tijd
wauwele aanvoegende wijs
wauwelend onvoltooid, deelwoord
zal gewauweld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewauweld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewauweld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wauwelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wauwelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wauwelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gewauweld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewauweld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewauweld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wauwelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wauwelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wauwelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gewauweld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewauweld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewauweld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wauwelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wauwelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wauwelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gewauweld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wauwelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gewauweld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewauweld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewauweld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wauwelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wauwelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wauwelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wauwelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gewauweld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult wauwelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘kletsen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1701

Woordfamilie van wauwelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gewauweld voltooid deelwoord wauwelen
wauwel gebiedende wijs wauwelen
wauwelde verleden tijd wauwelen
wauwelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wauwelen
wauwele aanvoegende wijs wauwelen
wauwelend onvoltooid deelwoord wauwelen
wauwelende woordvorm wauwelen
wauwelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wauwelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wauwelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wauwelen

Wat betekent wauwelen?
Wauwelen is een werkwoord. Het woord betekent: langdurig zinloos praten.
Hoe vervoeg je wauwelen?
Je vervoegt wauwelen als volgt: de tegenwoordige tijd is wauwel, de verleden tijd is wauwelde en het voltooid deelwoord is gewauweld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wauwelen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. A 1
  3. U 4
  4. W 5
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wauwelen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. A 1
  3. U 2
  4. W 5
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 19 zonder bonus
  10. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wauwelen in het kort

wauwelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van wauwelen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort wauwelen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

wauwelen: langdurig zinloos praten
Deel wauwelen — standaardnederlands.nl