waterproof
bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord /ˈwatərˌpruf/Betekenis
- geen water doorlatend
- bestand tegen de inwerking van vocht
- soort textiel die geen water doorlaat, geschikt voor regenkleding
- regenmantel gemaakt van textiel dat geen water doorlaat
Hoe spreek je waterproof uit?
/ˈwatərˌpruf/
Waterproof bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| a | maan |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| p | pak |
| u | boek |
| f | fiets |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Klinkt hetzelfde als waterproef.
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| waterproofs | partitief, stellende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘ondoordringbaar voor water’ voor het eerst aangetroffen in 1832
Woordfamilie van waterproof
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| waterproofs | partitive, positive | waterproof |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van waterproof zijn vastgelegd.