waterpassen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- het meten van hoogteverschillen en afstanden (weliswaar met lage nauwkeurigheid) tussen punten in het landschap met behulp van een waterpasinstrument
Vervoeging van waterpassen
waterpassenhele werkwoord — waterpasteverleden tijd enkelvoud — waterpastenverleden tijd meervoud — gewaterpastvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | waterpas | waterpaste |
| jij | waterpast | waterpaste |
| hij, zij, het | waterpast | waterpaste |
| wij | waterpassen | waterpasten |
| jullie | waterpassen | waterpasten |
| zij | waterpassen | waterpasten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gewaterpast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gewaterpast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gewaterpast | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gewaterpast | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gewaterpast | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gewaterpast | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gewaterpast worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gewaterpast zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gewaterpast worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gewaterpast zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gewaterpast | verleden tijd, deelwoord |
| gewaterpast te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewaterpast te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewaterpast te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewaterpast te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewaterpast te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewaterpast worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewaterpast zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewaterpast zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewaterpast zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewaterpast zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gewaterpast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gewaterpast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gewaterpast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gewaterpast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gewaterpast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gewaterpast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gewaterpast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gewaterpast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewaterpast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gewaterpast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewaterpast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gewaterpast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gewaterpast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewaterpast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewaterpast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gewaterpast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gewaterpast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gewaterpast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te waterpassen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen waterpassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gewaterpast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gewaterpast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gewaterpast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gewaterpast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gewaterpast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gewaterpast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gewaterpast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| waterpas | gebiedende wijs |
| waterpasse | aanvoegende wijs |
| waterpassend | onvoltooid, deelwoord |
| waterpaste | verleden tijd |
| werd gewaterpast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gewaterpast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gewaterpast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gewaterpast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gewaterpast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gewaterpast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gewaterpast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gewaterpast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gewaterpast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gewaterpast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gewaterpast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gewaterpast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gewaterpast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gewaterpast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewaterpast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gewaterpast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gewaterpast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewaterpast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gewaterpast zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewaterpast zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal waterpassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal waterpassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal waterpassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gewaterpast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gewaterpast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gewaterpast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gewaterpast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gewaterpast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewaterpast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewaterpast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gewaterpast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewaterpast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gewaterpast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewaterpast zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewaterpast zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewaterpast zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou waterpassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou waterpassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou waterpassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gewaterpast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewaterpast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewaterpast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gewaterpast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gewaterpast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gewaterpast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gewaterpast zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewaterpast zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewaterpast zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden waterpassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden waterpassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden waterpassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gewaterpast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gewaterpast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gewaterpast zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt waterpassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gewaterpast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewaterpast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewaterpast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gewaterpast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gewaterpast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gewaterpast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gewaterpast zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewaterpast zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewaterpast zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen waterpassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen waterpassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen waterpassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen waterpassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gewaterpast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gewaterpast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gewaterpast zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult waterpassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord waterpas
Herkomst
Afgeleid van waterpas met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van waterpassen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gewaterpast | voltooid deelwoord | waterpassen |
| gewaterpaste | woordvorm | waterpassen |
| waterpassend | onvoltooid deelwoord | waterpassen |
| waterpassende | woordvorm | waterpassen |
| waterpasten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | waterpassen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van waterpassen zijn vastgelegd.