waden
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- door ondiep water lopen
Vervoeging van waden
wadenhele werkwoord — waaddeverleden tijd enkelvoud — waaddenverleden tijd meervoud — gewaadvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | waad | waadde |
| jij | waadt | waadde |
| hij, zij, het | waadt | waadde |
| wij | waden | waadden |
| jullie | waden | waadden |
| zij | waden | waadden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gewaad | verleden tijd, deelwoord |
| gewaad te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewaad zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gewaad | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gewaad | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gewaad | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gewaad | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gewaad | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gewaad | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gewaad | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gewaad | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewaad | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gewaad | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewaad | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gewaad | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gewaad | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewaad | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewaad | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gewaad | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te waden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen waden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waad | gebiedende wijs |
| waadde | verleden tijd |
| wade | aanvoegende wijs |
| wadend | onvoltooid, deelwoord |
| zal gewaad hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewaad hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gewaad hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal waden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal waden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal waden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gewaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou waden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou waden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou waden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gewaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden waden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden waden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden waden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gewaad hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt waden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gewaad hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewaad hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewaad hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen waden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen waden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen waden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen waden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gewaad hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult waden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord wade
Herkomst
In de betekenis van ‘door ondiep water gaan’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Woordfamilie van waden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| waad | gebiedende wijs | waden |
| waadde | verleden tijd | waden |
| waadden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | waden |
| waadt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | waden |
| wadend | onvoltooid deelwoord | waden |
| wadende | woordvorm | waden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van waden zijn vastgelegd.