vrijgezellenavond
zelfstandig naamwoordBetekenis
- avond voor iemands huwelijk waarop hij of zij met vrienden, maar zonder de aanstaande partner uitgaat en waarbij meestal een aantal gênante opdrachten moet worden uitgevoerd
- voor alleenstaanden georganiseerde avond
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vrijgezellenavonden | meervoud |
| vrijgezellenavondje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vrijgezellenavondjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van vrijgezel en avond met het invoegsel -en-
Woordfamilie van vrijgezellenavond
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vrijgezellenavonden | meervoud | vrijgezellenavond |
| vrijgezellenavondje | verkleinwoord | vrijgezellenavond |
| vrijgezellenavondjes | verkleinwoord meervoud | vrijgezellenavond |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vrijgezellenavond zijn vastgelegd.