Naar de inhoud

vrijgeven

zonder voorbehoud beschikbaar stellen, toegankelijk maken

vrijgeven

werkwoord

Betekenis

  1. zonder voorbehoud beschikbaar stellen, toegankelijk maken

Vervoeging van vrijgeven

vrijgevenhele werkwoord — gaf vrijverleden tijd enkelvoud — gaven vrijverleden tijd meervoud — vrijgegevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik geef vrij gaf vrij
jij geeft vrij gaaft vrij
hij, zij, het geeft vrij gaf vrij
wij geven vrij gaven vrij
jullie geven vrij gaven vrij
zij geven vrij gaven vrij
Alle 108 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is vrijgegeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was vrijgegeven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd vrijgegeven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt vrijgegeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal vrijgegeven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal vrijgegeven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou vrijgegeven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou vrijgegeven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gaf vrij verleden tijd
geef vrij gebiedende wijs
had vrijgegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vrijgegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vrijgegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vrijgegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vrijgegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vrijgegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vrijgegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vrijgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vrijgegeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vrijgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vrijgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vrijgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vrijgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vrijgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vrijgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is vrijgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vrijgegeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vrijgeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vrij te geven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vrij te zullen geven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vrij zal geven bijzin, toekomende tijd
vrij zou geven bijzin, voorwaardelijk
vrij zouden geven bijzin, voorwaardelijk
vrij zoudt geven bijzin, voorwaardelijk
vrij zullen geven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vrij zullen geven bijzin, toekomende tijd
vrij zult geven bijzin, toekomende tijd
vrijgaaft bijzin, verleden tijd
vrijgaf bijzin, verleden tijd
vrijgaven bijzin, verleden tijd
vrijgeef bijzin, tegenwoordige tijd
vrijgeeft bijzin, tegenwoordige tijd
vrijgegeven verleden tijd, deelwoord
vrijgegeven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vrijgegeven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vrijgegeven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vrijgegeven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vrijgegeven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vrijgegeven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vrijgegeven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vrijgegeven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vrijgegeven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vrijgegeven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vrijgevend onvoltooid, deelwoord
waren vrijgegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was vrijgegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd vrijgegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden vrijgegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden vrijgegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt vrijgegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal vrijgegeven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vrijgegeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vrijgegeven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vrijgegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal vrijgegeven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vrijgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vrijgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vrijgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal vrijgeven bijzin, toekomende tijd
zijn vrijgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou vrijgegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vrijgegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vrijgegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vrijgegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou vrijgegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vrijgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vrijgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vrijgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou vrijgeven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) vrijgeven vrij zou(dt) geven bijzin, voorwaardelijk
zouden vrijgegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vrijgegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vrijgegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vrijgegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vrijgegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vrijgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vrijgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vrijgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden vrijgeven bijzin, voorwaardelijk
zoudt vrijgegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vrijgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt vrijgeven bijzin, voorwaardelijk
zullen vrijgegeven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vrijgegeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vrijgegeven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vrijgegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vrijgegeven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vrijgeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vrijgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vrijgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vrijgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen vrijgeven bijzin, toekomende tijd
zult vrijgegeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vrijgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult vrijgeven bijzin, toekomende tijd
zult/zal vrijgeven vrij zult/zal geven bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van vrij en geven

Woordfamilie van vrijgeven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gaaft vrij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon vrijgeven
gaf vrij verleden tijd vrijgeven
gaven vrij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vrijgeven
geef vrij gebiedende wijs vrijgeven
geeft vrij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vrijgeven
geve vrij woordvorm vrijgeven
geven vrij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon vrijgeven
vrijgaaft subordinate-clause, verleden tijd vrijgeven
vrijgaf subordinate-clause, verleden tijd vrijgeven
vrijgeef subordinate-clause, tegenwoordige tijd vrijgeven
vrijgeeft subordinate-clause, tegenwoordige tijd vrijgeven
vrijgegeven voltooid deelwoord vrijgeven
vrijgeve with-subordinate-clause vrijgeven
vrijgevend onvoltooid deelwoord vrijgeven
vrijgevende woordvorm vrijgeven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vrijgeven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vrijgeven

Wat is de betekenis van vrijgeven?
Vrijgeven is een werkwoord. De betekenis is: zonder voorbehoud beschikbaar stellen, toegankelijk maken.
Hoe vervoeg ik vrijgeven?
Zo vervoeg je vrijgeven zo: het voltooid deelwoord is vrijgegeven. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vrijgeven is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. R 2
  3. I 1
  4. J 4
  5. G 3
  6. E 1
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vrijgeven levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. R 2
  3. I 2
  4. J 4
  5. G 3
  6. E 1
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 zonder bonus
  11. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vrijgeven in het kort

vrijgeven staat in dit woordenboek als werkwoord. Van vrijgeven staan er 80 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort vrijgeven bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

vrijgeven: zonder voorbehoud beschikbaar stellen, toegankelijk maken
Deel vrijgeven — standaardnederlands.nl