vriezer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een toestel bedoeld om voedingsmiddelen in bevroren toestand gebracht, te bewaren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vriezers | meervoud |
| vriezertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vriezertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van vriezen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van vriezer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vriezers | meervoud | vriezer |
| vriezertje | verkleinwoord | vriezer |
| vriezertjes | verkleinwoord meervoud | vriezer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vriezer zijn vastgelegd.