vriesdrogen
werkwoord /ˈvrisdroɣə(n)/Betekenis
- een industriële droogmethode toepassen voor onder andere het conserveren van voedingsmiddelen
Hoe spreek je vriesdrogen uit?
/ˈvrisdroxən/
Vriesdrogen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| r | rood |
| i | riet |
| s | sok |
| d | dak |
| o | boot |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van vriesdrogen
vriesdrogenhele werkwoord — vriesdroogdeverleden tijd enkelvoud — vriesdroogdenverleden tijd meervoud — gevriesdroogdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vriesdroog | vriesdroogde |
| jij | vriesdroogt | vriesdroogde |
| hij, zij, het | vriesdroogt | vriesdroogde |
| wij | vriesdrogen | vriesdroogden |
| jullie | vriesdrogen | vriesdroogden |
| zij | vriesdrogen | vriesdroogden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gevriesdroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gevriesdroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gevriesdroogd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gevriesdroogd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gevriesdroogd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gevriesdroogd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gevriesdroogd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gevriesdroogd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gevriesdroogd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gevriesdroogd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gevriesdroogd | verleden tijd, deelwoord |
| gevriesdroogd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevriesdroogd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevriesdroogd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevriesdroogd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevriesdroogd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevriesdroogd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevriesdroogd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevriesdroogd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevriesdroogd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevriesdroogd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gevriesdroogd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gevriesdroogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gevriesdroogd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gevriesdroogd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gevriesdroogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gevriesdroogd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gevriesdroogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gevriesdroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevriesdroogd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gevriesdroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevriesdroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gevriesdroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gevriesdroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevriesdroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevriesdroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gevriesdroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gevriesdroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gevriesdroogd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vriesdrogen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vriesdrogen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vriesdroge | aanvoegende wijs |
| vriesdrogend | onvoltooid, deelwoord |
| vriesdroog | gebiedende wijs |
| vriesdroogde | verleden tijd |
| waart gevriesdroogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevriesdroogd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gevriesdroogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevriesdroogd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gevriesdroogd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gevriesdroogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gevriesdroogd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gevriesdroogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gevriesdroogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gevriesdroogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gevriesdroogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gevriesdroogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gevriesdroogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gevriesdroogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gevriesdroogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gevriesdroogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gevriesdroogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gevriesdroogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gevriesdroogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gevriesdroogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gevriesdroogd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevriesdroogd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gevriesdroogd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gevriesdroogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevriesdroogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gevriesdroogd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevriesdroogd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vriesdrogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vriesdrogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vriesdrogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gevriesdroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gevriesdroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gevriesdroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gevriesdroogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gevriesdroogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevriesdroogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevriesdroogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gevriesdroogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevriesdroogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gevriesdroogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevriesdroogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevriesdroogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevriesdroogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vriesdrogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vriesdrogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vriesdrogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gevriesdroogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevriesdroogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevriesdroogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevriesdroogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gevriesdroogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gevriesdroogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevriesdroogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevriesdroogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevriesdroogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vriesdrogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vriesdrogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vriesdrogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gevriesdroogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevriesdroogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevriesdroogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vriesdrogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gevriesdroogd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevriesdroogd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevriesdroogd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevriesdroogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gevriesdroogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gevriesdroogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevriesdroogd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevriesdroogd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevriesdroogd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vriesdrogen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vriesdrogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vriesdrogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vriesdrogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gevriesdroogd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevriesdroogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevriesdroogd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vriesdrogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van vries ww en drogen
Woordfamilie van vriesdrogen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gevriesdroogd | voltooid deelwoord | vriesdrogen |
| gevriesdroogde | woordvorm | vriesdrogen |
| vriesdrogend | onvoltooid deelwoord | vriesdrogen |
| vriesdrogende | woordvorm | vriesdrogen |
| vriesdroogde | verleden tijd | vriesdrogen |
| vriesdroogden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vriesdrogen |
| vriesdroogt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vriesdrogen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vriesdrogen zijn vastgelegd.