Naar de inhoud

vreemdgaan

met een andere partner dan de echtgenoot verkeren

vreemdgaan

werkwoord ˈvremtxan

Betekenis

  1. met een andere partner dan de echtgenoot verkeren

Hoe spreek je vreemdgaan uit?

/ˈvremtxan/

Vreemdgaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈvremtxan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
r rood
e veel
m maan
t tak
x acht
a maan
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van vreemdgaan

vreemdgaanhele werkwoord — ging vreemdverleden tijd enkelvoud — gingen vreemdverleden tijd meervoud — vreemdgegaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ga vreemd ging vreemd
jij gaat vreemd ging vreemd
hij, zij, het gaat vreemd ging vreemd
wij gaan vreemd gingen vreemd
jullie gaan vreemd gingen vreemd
zij gaan vreemd gingen vreemd
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
ga vreemd gebiedende wijs
ging vreemd verleden tijd
had vreemdgegaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vreemdgegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vreemdgegaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vreemdgegaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vreemdgegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vreemdgegaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vreemdgegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vreemdgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vreemdgegaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vreemdgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vreemdgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vreemdgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vreemdgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vreemdgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vreemdgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vreemdgegaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vreemdgaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vreemd te gaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vreemd te zullen gaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vreemd zal gaan bijzin, toekomende tijd
vreemd zou gaan bijzin, voorwaardelijk
vreemd zouden gaan bijzin, voorwaardelijk
vreemd zoudt gaan bijzin, voorwaardelijk
vreemd zullen gaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vreemd zullen gaan bijzin, toekomende tijd
vreemd zult gaan bijzin, toekomende tijd
vreemdga bijzin, tegenwoordige tijd
vreemdgaand onvoltooid, deelwoord
vreemdgaat bijzin, tegenwoordige tijd
vreemdgegaan verleden tijd, deelwoord
vreemdgegaan te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vreemdgegaan zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vreemdging bijzin, verleden tijd
vreemdgingen bijzin, verleden tijd
zal vreemdgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vreemdgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vreemdgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal vreemdgaan bijzin, toekomende tijd
zal vreemdgegaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vreemdgegaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vreemdgegaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou vreemdgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vreemdgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vreemdgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou vreemdgaan bijzin, voorwaardelijk
zou vreemdgegaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vreemdgegaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vreemdgegaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) vreemdgaan vreemd zou(dt) gaan bijzin, voorwaardelijk
zouden vreemdgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vreemdgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vreemdgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden vreemdgaan bijzin, voorwaardelijk
zouden vreemdgegaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vreemdgegaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vreemdgegaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt vreemdgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt vreemdgaan bijzin, voorwaardelijk
zoudt vreemdgegaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen vreemdgaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vreemdgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vreemdgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vreemdgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen vreemdgaan bijzin, toekomende tijd
zullen vreemdgegaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vreemdgegaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vreemdgegaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult vreemdgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult vreemdgaan bijzin, toekomende tijd
zult vreemdgegaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal vreemdgaan vreemd zult/zal gaan bijzin, toekomende tijd

Herkomst

Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘overspel plegen’ voor het eerst aangetroffen in 1931

Woordfamilie van vreemdgaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ga vreemd gebiedende wijs vreemdgaan
gaan vreemd aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon vreemdgaan
gaat vreemd aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vreemdgaan
ging vreemd verleden tijd vreemdgaan
gingen vreemd aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vreemdgaan
vreemdga subordinate-clause, tegenwoordige tijd vreemdgaan
vreemdgaand onvoltooid deelwoord vreemdgaan
vreemdgaande woordvorm vreemdgaan
vreemdgaat subordinate-clause, tegenwoordige tijd vreemdgaan
vreemdgegaan voltooid deelwoord vreemdgaan
vreemdging subordinate-clause, verleden tijd vreemdgaan
vreemdgingen subordinate-clause, verleden tijd vreemdgaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vreemdgaan zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vreemdgaan

Hoe spreek je vreemdgaan uit?
De uitspraak van vreemdgaan is: /ˈvremtxan/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent vreemdgaan?
Vreemdgaan is een werkwoord. Het woord betekent: met een andere partner dan de echtgenoot verkeren.
Hoe vervoeg je vreemdgaan?
Je vervoegt vreemdgaan als volgt: het voltooid deelwoord is vreemdgegaan. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vreemdgaan is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. R 2
  3. E 1
  4. E 1
  5. M 3
  6. D 2
  7. G 3
  8. A 1
  9. A 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vreemdgaan levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. R 2
  3. E 1
  4. E 1
  5. M 3
  6. D 2
  7. G 3
  8. A 1
  9. A 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vreemdgaan in het kort

vreemdgaan staat in dit woordenboek als werkwoord. Van vreemdgaan zijn 45 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort vreemdgaan bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

vreemdgaan: met een andere partner dan de echtgenoot verkeren
Deel vreemdgaan — standaardnederlands.nl