Naar de inhoud

voteren

stemmen, bij stemming toestaan

voteren

werkwoord

Betekenis

  1. stemmen, bij stemming toestaan

Vervoeging van voteren

voterenhele werkwoord — voteerdeverleden tijd enkelvoud — voteerdenverleden tijd meervoud — gevoteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik voteer voteerde
jij voteert voteerde
hij, zij, het voteert voteerde
wij voteren voteerden
jullie voteren voteerden
zij voteren voteerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gevoteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gevoteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gevoteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gevoteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gevoteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gevoteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gevoteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gevoteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gevoteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gevoteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gevoteerd verleden tijd, deelwoord
gevoteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gevoteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gevoteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevoteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevoteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevoteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gevoteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gevoteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gevoteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gevoteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gevoteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gevoteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gevoteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gevoteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gevoteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gevoteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gevoteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gevoteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevoteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gevoteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevoteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gevoteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gevoteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevoteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevoteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gevoteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gevoteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gevoteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te voteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen voteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voteer gebiedende wijs
voteerde verleden tijd
votere aanvoegende wijs
voterend onvoltooid, deelwoord
waart gevoteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gevoteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gevoteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gevoteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gevoteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gevoteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gevoteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gevoteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gevoteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gevoteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gevoteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gevoteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gevoteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gevoteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gevoteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gevoteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gevoteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gevoteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gevoteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gevoteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gevoteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevoteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gevoteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gevoteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevoteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gevoteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevoteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal voteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal voteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gevoteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gevoteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gevoteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gevoteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gevoteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevoteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevoteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gevoteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevoteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gevoteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevoteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevoteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevoteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou voteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou voteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gevoteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevoteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevoteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gevoteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gevoteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gevoteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gevoteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevoteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevoteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gevoteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gevoteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gevoteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gevoteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gevoteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gevoteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gevoteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gevoteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gevoteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gevoteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gevoteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gevoteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen voteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gevoteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gevoteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gevoteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult voteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘stemmen’ voor het eerst aangetroffen in 1685

Woordfamilie van voteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gevoteerd voltooid deelwoord voteren
gevoteerde woordvorm voteren
voteer gebiedende wijs voteren
voteerde verleden tijd voteren
voteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon voteren
voteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon voteren
votere aanvoegende wijs voteren
voterend onvoltooid deelwoord voteren
voterende woordvorm voteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voteren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over voteren

Wat is de betekenis van voteren?
Voteren is een werkwoord. De betekenis is: stemmen, bij stemming toestaan.
Hoe vervoeg ik voteren?
Zo vervoeg je voteren zo: de tegenwoordige tijd is voteer, de verleden tijd is voteerde en het voltooid deelwoord is gevoteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord voteren is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

voteren levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 100 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 100 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

voteren telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

voteren in het kort

voteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van voteren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort voteren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

voteren: stemmen, bij stemming toestaan
Deel voteren — standaardnederlands.nl