Naar de inhoud

voorzitten

leiding geven aan een vergadering

voorzitten

werkwoord ˈvorzɪtə(n)

Betekenis

  1. leiding geven aan een vergadering

Hoe spreek je voorzitten uit?

/ˈvorzɪtən/

Voorzitten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈvorzɪtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
o boot
r rood
z zon
ɪ pit
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van voorzitten

voorzittenhele werkwoord — zat voorverleden tijd enkelvoud — zaten voorverleden tijd meervoud — voorgezetenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zit voor zat voor
jij zit voor zat voor
hij, zij, het zit voor zat voor
wij zitten voor zaten voor
jullie zitten voor zaten voor
zij zitten voor zaten voor
Alle 81 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is voorgezeten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was voorgezeten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd voorgezeten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt voorgezeten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal voorgezeten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal voorgezeten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou voorgezeten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou voorgezeten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had voorgezeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had voorgezeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had voorgezeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden voorgezeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden voorgezeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden voorgezeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt voorgezeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb voorgezeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorgezeten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben voorgezeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorgezeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben voorgezeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt voorgezeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorgezeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorgezeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben voorgezeten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen voorzitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voor te zitten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voor te zullen zitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voor zal zitten bijzin, toekomende tijd
voor zou zitten bijzin, voorwaardelijk
voor zouden zitten bijzin, voorwaardelijk
voor zoudt zitten bijzin, voorwaardelijk
voor zullen zitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voor zullen zitten bijzin, toekomende tijd
voor zult zitten bijzin, toekomende tijd
voorgezeten verleden tijd, deelwoord
voorgezeten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorgezeten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorzat bijzin, verleden tijd
voorzaten bijzin, verleden tijd
voorzit bijzin, tegenwoordige tijd
voorzittend onvoltooid, deelwoord
zal voorgezeten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorgezeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal voorgezeten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voorzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal voorzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal voorzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal voorzitten bijzin, toekomende tijd
zat voor verleden tijd
zit voor gebiedende wijs
zou voorgezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorgezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorgezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voorzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou voorzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou voorzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou voorzitten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) voorzitten voor zou(dt) zitten bijzin, voorwaardelijk
zouden voorgezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voorgezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voorgezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voorzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voorzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden voorzitten bijzin, voorwaardelijk
zoudt voorgezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt voorzitten bijzin, voorwaardelijk
zullen voorgezeten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen voorgezeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen voorgezeten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voorzitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen voorzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voorzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voorzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen voorzitten bijzin, toekomende tijd
zult voorgezeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult voorzitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult voorzitten bijzin, toekomende tijd
zult/zal voorzitten voor zult/zal zitten bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van voor bw en zitten ww

Woordfamilie van voorzitten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
voorgezeten voltooid deelwoord voorzitten
voorzat subordinate-clause, verleden tijd voorzitten
voorzit subordinate-clause, tegenwoordige tijd voorzitten
voorzitte with-subordinate-clause voorzitten
voorzittend onvoltooid deelwoord voorzitten
voorzittende woordvorm voorzitten
zat voor verleden tijd voorzitten
zaten voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon voorzitten
zit voor gebiedende wijs voorzitten
zitte voor woordvorm voorzitten
zitten voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon voorzitten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorzitten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over voorzitten

Hoe spreek je voorzitten uit?
De uitspraak van voorzitten is: /ˈvorzɪtə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent voorzitten?
Voorzitten is een werkwoord. Het woord betekent: leiding geven aan een vergadering.
Hoe vervoeg je voorzitten?
Je vervoegt voorzitten als volgt: het voltooid deelwoord is voorgezeten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord voorzitten is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. Z 4
  6. I 1
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

voorzitten levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. Z 5
  6. I 2
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

voorzitten in het kort

voorzitten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van voorzitten zijn 51 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort voorzitten bij een woordfamilie van 11 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

voorzitten: leiding geven aan een vergadering
Deel voorzitten — standaardnederlands.nl