Naar de inhoud

voorzingen

voorgaan met zingen

voorzingen

werkwoord

Betekenis

  1. voorgaan met zingen
  2. als voorbeeld zingen

Vervoeging van voorzingen

voorzingenhele werkwoord — zong voorverleden tijd enkelvoud — zongen voorverleden tijd meervoud — voorgezongenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zing voor zong voor
jij zingt voor zong voor
hij, zij, het zingt voor zong voor
wij zingen voor zongen voor
jullie zingen voor zongen voor
zij zingen voor zongen voor
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is voorgezongen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was voorgezongen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd voorgezongen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt voorgezongen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal voorgezongen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal voorgezongen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou voorgezongen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou voorgezongen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had voorgezongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had voorgezongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had voorgezongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden voorgezongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden voorgezongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden voorgezongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt voorgezongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb voorgezongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorgezongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben voorgezongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorgezongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben voorgezongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt voorgezongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorgezongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorgezongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben voorgezongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen voorzingen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voor te zingen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voor te zullen zingen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voor zal zingen bijzin, toekomende tijd
voor zou zingen bijzin, voorwaardelijk
voor zouden zingen bijzin, voorwaardelijk
voor zoudt zingen bijzin, voorwaardelijk
voor zullen zingen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voor zullen zingen bijzin, toekomende tijd
voor zult zingen bijzin, toekomende tijd
voorgezongen verleden tijd, deelwoord
voorgezongen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorgezongen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorzing bijzin, tegenwoordige tijd
voorzingend onvoltooid, deelwoord
voorzingt bijzin, tegenwoordige tijd
voorzong bijzin, verleden tijd
voorzongen bijzin, verleden tijd
zal voorgezongen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorgezongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal voorgezongen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voorzingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal voorzingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal voorzingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal voorzingen bijzin, toekomende tijd
zing voor gebiedende wijs
zong voor verleden tijd
zou voorgezongen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorgezongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorgezongen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voorzingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou voorzingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou voorzingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou voorzingen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) voorzingen voor zou(dt) zingen bijzin, voorwaardelijk
zouden voorgezongen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voorgezongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voorgezongen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorzingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voorzingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voorzingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden voorzingen bijzin, voorwaardelijk
zoudt voorgezongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorzingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt voorzingen bijzin, voorwaardelijk
zullen voorgezongen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen voorgezongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen voorgezongen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voorzingen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen voorzingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voorzingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voorzingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen voorzingen bijzin, toekomende tijd
zult voorgezongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult voorzingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult voorzingen bijzin, toekomende tijd
zult/zal voorzingen voor zult/zal zingen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van voor en zingen

Woordfamilie van voorzingen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
voorgezongen voltooid deelwoord voorzingen
voorzing subordinate-clause, tegenwoordige tijd voorzingen
voorzinge with-subordinate-clause voorzingen
voorzingend onvoltooid deelwoord voorzingen
voorzingende woordvorm voorzingen
voorzingt subordinate-clause, tegenwoordige tijd voorzingen
voorzong subordinate-clause, verleden tijd voorzingen
voorzongen subordinate-clause, verleden tijd voorzingen
zing voor gebiedende wijs voorzingen
zinge voor woordvorm voorzingen
zingen voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon voorzingen
zingt voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon voorzingen
zong voor verleden tijd voorzingen
zongen voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon voorzingen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorzingen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over voorzingen

Wat betekent voorzingen?
Voorzingen is een werkwoord. Het woord betekent: voorgaan met zingen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je voorzingen?
Je vervoegt voorzingen als volgt: het voltooid deelwoord is voorgezongen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord voorzingen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. Z 4
  6. I 1
  7. N 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

voorzingen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. Z 5
  6. I 2
  7. N 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

voorzingen in het kort

voorzingen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van voorzingen zijn 53 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort voorzingen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

voorzingen: voorgaan met zingen
Deel voorzingen — standaardnederlands.nl