Naar de inhoud

voortrekken

een voorkeursbehandeling geven

voortrekken

werkwoord ˈvortrɛkə(n)

Betekenis

  1. een voorkeursbehandeling geven
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Hoe spreek je voortrekken uit?

/ˈvortrɛkən/

Voortrekken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈvortrɛkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
o boot
r rood
t tak
ɛ bed
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. van opzij voor het doel van de tegenstander trappen, zodat ploeggenoten een doelpunt kunnen maken transitive
  2. eerder dan natuurlijk tot bloei brengen transitive

Vervoeging van voortrekken

voortrekkenhele werkwoord — trok voorverleden tijd enkelvoud — trokken voorverleden tijd meervoud — voorgetrokkenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik trek voor trok voor
jij trekt voor trok voor
hij, zij, het trekt voor trok voor
wij trekken voor trokken voor
jullie trekken voor trokken voor
zij trekken voor trokken voor
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben voorgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent voorgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is voorgetrokken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was voorgetrokken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd voorgetrokken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt voorgetrokken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal voorgetrokken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal voorgetrokken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou voorgetrokken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou voorgetrokken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had voorgetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had voorgetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had voorgetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden voorgetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden voorgetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden voorgetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt voorgetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb voorgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorgetrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben voorgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben voorgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt voorgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is voorgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is voorgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben voorgetrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen voortrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
trek voor gebiedende wijs
trok voor verleden tijd
voor te trekken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voor te zullen trekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voor zal trekken bijzin, toekomende tijd
voor zou trekken bijzin, voorwaardelijk
voor zouden trekken bijzin, voorwaardelijk
voor zoudt trekken bijzin, voorwaardelijk
voor zullen trekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voor zullen trekken bijzin, toekomende tijd
voor zult trekken bijzin, toekomende tijd
voorgetrokken verleden tijd, deelwoord
voorgetrokken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voorgetrokken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voorgetrokken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorgetrokken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorgetrokken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorgetrokken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voorgetrokken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voorgetrokken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorgetrokken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorgetrokken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voortrek bijzin, tegenwoordige tijd
voortrekkend onvoltooid, deelwoord
voortrekt bijzin, tegenwoordige tijd
voortrok bijzin, verleden tijd
voortrokken bijzin, verleden tijd
voortrokt bijzin, verleden tijd
waart voorgetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voorgetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren voorgetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voorgetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was voorgetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was voorgetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was voorgetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd voorgetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd voorgetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd voorgetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden voorgetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden voorgetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden voorgetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt voorgetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word voorgetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden voorgetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden voorgetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden voorgetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt voorgetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt voorgetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal voorgetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorgetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal voorgetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voorgetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorgetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal voorgetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorgetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voortrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal voortrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal voortrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal voortrekken bijzin, toekomende tijd
zijn voorgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn voorgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn voorgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt voorgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou voorgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voorgetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorgetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou voorgetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voortrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou voortrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou voortrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou voortrekken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) voortrekken voor zou(dt) trekken bijzin, voorwaardelijk
zouden voorgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voorgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voorgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorgetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voorgetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voorgetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voorgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voorgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voortrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voortrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voortrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden voortrekken bijzin, voorwaardelijk
zoudt voorgetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorgetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voortrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt voortrekken bijzin, voorwaardelijk
zullen voorgetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen voorgetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen voorgetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voorgetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voorgetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voorgetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voorgetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen voorgetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen voorgetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voortrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen voortrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voortrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voortrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen voortrekken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van voor bw en trekken ww

Woordfamilie van voortrekken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
trek voor gebiedende wijs voortrekken
trekke voor woordvorm voortrekken
trekken voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon voortrekken
trekt voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon voortrekken
trok voor verleden tijd voortrekken
trokken voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon voortrekken
voorgetrokken voltooid deelwoord voortrekken
voortrek subordinate-clause, tegenwoordige tijd voortrekken
voortrekke with-subordinate-clause voortrekken
voortrekkend onvoltooid deelwoord voortrekken
voortrekkende woordvorm voortrekken
voortrekt subordinate-clause, tegenwoordige tijd voortrekken
voortrok subordinate-clause, verleden tijd voortrekken
voortrokken subordinate-clause, verleden tijd voortrekken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voortrekken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over voortrekken

Hoe spreek ik voortrekken uit?
Zo spreek je voortrekken uit: /ˈvortrɛkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van voortrekken?
Voortrekken is een werkwoord. De betekenis is: een voorkeursbehandeling geven. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik voortrekken?
Zo vervoeg je voortrekken zo: het voltooid deelwoord is voorgetrokken. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord voortrekken is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. T 2
  6. R 2
  7. E 1
  8. K 3
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

voortrekken levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. T 2
  6. R 2
  7. E 1
  8. K 3
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 zonder bonus
  13. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

voortrekken in het kort

voortrekken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van voortrekken staan er 90 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort voortrekken bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

voortrekken: een voorkeursbehandeling geven
Deel voortrekken — standaardnederlands.nl