Naar de inhoud

voortmaken

~ met in hoog tempo aan iets werken

voortmaken

werkwoord

Betekenis

  1. ~ met in hoog tempo aan iets werken

Vervoeging van voortmaken

voortmakenhele werkwoord — maakte voortverleden tijd enkelvoud — maakten voortverleden tijd meervoud — voortgemaaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik maak voort maakte voort
jij maakt voort maakte voort
hij, zij, het maakt voort maakte voort
wij maken voort maakten voort
jullie maken voort maakten voort
zij maken voort maakten voort
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is voortgemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was voortgemaakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd voortgemaakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt voortgemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal voortgemaakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal voortgemaakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou voortgemaakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou voortgemaakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had voortgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had voortgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had voortgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden voortgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden voortgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden voortgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt voortgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb voortgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voortgemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben voortgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voortgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben voortgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt voortgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voortgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voortgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
maak voort gebiedende wijs
maakte voort verleden tijd
te hebben voortgemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen voortmaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voort te maken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voort te zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voort zal maken bijzin, toekomende tijd
voort zou maken bijzin, voorwaardelijk
voort zouden maken bijzin, voorwaardelijk
voort zoudt maken bijzin, voorwaardelijk
voort zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voort zullen maken bijzin, toekomende tijd
voort zult maken bijzin, toekomende tijd
voortgemaakt verleden tijd, deelwoord
voortgemaakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voortgemaakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voortmaak bijzin, tegenwoordige tijd
voortmaakt bijzin, tegenwoordige tijd
voortmaakte bijzin, verleden tijd
voortmaakten bijzin, verleden tijd
voortmakend onvoltooid, deelwoord
zal voortgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voortgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal voortgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voortmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal voortmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal voortmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal voortmaken bijzin, toekomende tijd
zou voortgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voortgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voortgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voortmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou voortmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou voortmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou voortmaken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) voortmaken voort zou(dt) maken bijzin, voorwaardelijk
zouden voortgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voortgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voortgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voortmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voortmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voortmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden voortmaken bijzin, voorwaardelijk
zoudt voortgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voortmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt voortmaken bijzin, voorwaardelijk
zullen voortgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen voortgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen voortgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voortmaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen voortmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voortmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voortmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen voortmaken bijzin, toekomende tijd
zult voortgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult voortmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult voortmaken bijzin, toekomende tijd
zult/zal voortmaken voort zult/zal maken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van voort en maken

Woordfamilie van voortmaken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
maak voort gebiedende wijs voortmaken
maakt voort aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon voortmaken
maakte voort verleden tijd voortmaken
maakten voort aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon voortmaken
make voort woordvorm voortmaken
maken voort aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon voortmaken
voortgemaakt voltooid deelwoord voortmaken
voortmaak subordinate-clause, tegenwoordige tijd voortmaken
voortmaakt subordinate-clause, tegenwoordige tijd voortmaken
voortmaakte subordinate-clause, verleden tijd voortmaken
voortmaakten subordinate-clause, verleden tijd voortmaken
voortmake with-subordinate-clause voortmaken
voortmakend onvoltooid deelwoord voortmaken
voortmakende woordvorm voortmaken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voortmaken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over voortmaken

Wat is de betekenis van voortmaken?
Voortmaken is een werkwoord. De betekenis is: ~ met in hoog tempo aan iets werken.
Hoe vervoeg ik voortmaken?
Zo vervoeg je voortmaken zo: het voltooid deelwoord is voortgemaakt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord voortmaken is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. T 2
  6. M 3
  7. A 1
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

voortmaken levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. T 2
  6. M 3
  7. A 1
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

voortmaken in het kort

voortmaken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van voortmaken staan er 53 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort voortmaken bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

voortmaken: ~ met in hoog tempo aan iets werken
Deel voortmaken — standaardnederlands.nl