Naar de inhoud

voorstaan

onderschrijven, steunen

voorstaan

werkwoord ˈvorstan

Betekenis

  1. onderschrijven, steunen
  2. zich laten ~: zich beroepen op, zichzelf roemen om

Hoe spreek je voorstaan uit?

/ˈvorstan/

Voorstaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈvorstan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
o boot
r rood
s sok
t tak
a maan
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van voorstaan

voorstaanhele werkwoord — stond voorverleden tijd enkelvoud — stonden voorverleden tijd meervoud — voorgestaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sta voor stond voor
jij staat voor stond voor
hij, zij, het staat voor stond voor
wij staan voor stonden voor
jullie staan voor stonden voor
zij staan voor stonden voor
Alle 159 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben voorgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent voorgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is voorgestaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was voorgestaan impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd voorgestaan impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt voorgestaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal voorgestaan worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal voorgestaan zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou voorgestaan worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou voorgestaan zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had voorgestaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had voorgestaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had voorgestaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden voorgestaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden voorgestaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden voorgestaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt voorgestaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb voorgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorgestaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben voorgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben voorgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt voorgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is voorgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is voorgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sta u/je voor, staat je voor gebiedende wijs
sta voor gebiedende wijs
stond voor verleden tijd
te hebben voorgestaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen voorstaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voor te staan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voor te zullen staan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voor zal staan bijzin, toekomende tijd
voor zou staan bijzin, voorwaardelijk
voor zouden staan bijzin, voorwaardelijk
voor zoudt staan bijzin, voorwaardelijk
voor zullen staan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voor zullen staan bijzin, toekomende tijd
voor zult staan bijzin, toekomende tijd
voorgestaan verleden tijd, deelwoord
voorgestaan te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voorgestaan te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voorgestaan te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorgestaan te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorgestaan te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorgestaan worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voorgestaan zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voorgestaan zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorgestaan zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorgestaan zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorsta bijzin, tegenwoordige tijd
voorstaand onvoltooid, deelwoord
voorstaat bijzin, tegenwoordige tijd
voorstond bijzin, verleden tijd
voorstonden bijzin, verleden tijd
voorstondt bijzin, verleden tijd
waart voorgestaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voorgestaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren voorgestaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voorgestaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
was voorgestaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was voorgestaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was voorgestaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd voorgestaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd voorgestaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd voorgestaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden voorgestaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden voorgestaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden voorgestaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt voorgestaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word voorgestaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden voorgestaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden voorgestaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden voorgestaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt voorgestaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt voorgestaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me voorstaan eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal voorgestaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorgestaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal voorgestaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voorgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal voorgestaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorgestaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voorstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal voorstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal voorstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal voorstaan bijzin, toekomende tijd
zal zich voorstaan derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je voorstaan tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich voorgestaan hebben verleden tijd
zich voorstaand onvoltooid, deelwoord
zijn voorgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn voorgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn voorgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt voorgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou voorgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voorgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou voorgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorgestaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorgestaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorgestaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voorstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou voorstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou voorstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou voorstaan bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) voorstaan voor zou(dt) staan bijzin, voorwaardelijk
zouden voorgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voorgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voorgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voorgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voorgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorgestaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voorgestaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voorgestaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voorstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voorstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden voorstaan bijzin, voorwaardelijk
zoudt voorgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorgestaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt voorstaan bijzin, voorwaardelijk
zullen je voorstaan tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons voorstaan eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen voorgestaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen voorgestaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen voorgestaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voorgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voorgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voorgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon

Herkomst

samenstelling van voor bw en staan ww

Woordfamilie van voorstaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
sta voor gebiedende wijs voorstaan
staan voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon voorstaan
staat voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon voorstaan
stond voor verleden tijd voorstaan
stonden voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon voorstaan
voorgestaan voltooid deelwoord voorstaan
voorgestane woordvorm voorstaan
voorsta subordinate-clause, tegenwoordige tijd voorstaan
voorstaand onvoltooid deelwoord voorstaan
voorstaande woordvorm voorstaan
voorstaat subordinate-clause, tegenwoordige tijd voorstaan
voorstond subordinate-clause, verleden tijd voorstaan
voorstonden subordinate-clause, verleden tijd voorstaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorstaan zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over voorstaan

Hoe spreek je voorstaan uit?
De uitspraak van voorstaan is: /ˈvorstan/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent voorstaan?
Voorstaan is een werkwoord. Het woord betekent: onderschrijven, steunen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je voorstaan?
Je vervoegt voorstaan als volgt: het voltooid deelwoord is voorgestaan. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord voorstaan is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. T 2
  7. A 1
  8. A 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

voorstaan levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. T 2
  7. A 1
  8. A 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

voorstaan in het kort

voorstaan staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van voorstaan zijn 101 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort voorstaan bij een woordfamilie van 13 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

voorstaan: onderschrijven, steunen
Deel voorstaan — standaardnederlands.nl