voorprogrammeren
werkwoordBetekenis
- van tevoren instellen, bv. een wasmachine, videorecorder
- iemand zodanig instrueren dat hij precies doet of zegt wat van hem verlangd wordt
Vervoeging van voorprogrammeren
voorprogrammerenhele werkwoord — programmeerde voorverleden tijd enkelvoud — programmeerden voorverleden tijd meervoud — voorgeprogrammeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | programmeer voor | programmeerde voor |
| jij | programmeert voor | programmeerde voor |
| hij, zij, het | programmeert voor | programmeerde voor |
| wij | programmeren voor | programmeerden voor |
| jullie | programmeren voor | programmeerden voor |
| zij | programmeren voor | programmeerden voor |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben voorgeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent voorgeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is voorgeprogrammeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was voorgeprogrammeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd voorgeprogrammeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt voorgeprogrammeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal voorgeprogrammeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal voorgeprogrammeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou voorgeprogrammeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou voorgeprogrammeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had voorgeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had voorgeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had voorgeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden voorgeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden voorgeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden voorgeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt voorgeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb voorgeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben voorgeprogrammeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben voorgeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben voorgeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben voorgeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt voorgeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft voorgeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft voorgeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is voorgeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is voorgeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| programmeer voor | gebiedende wijs |
| programmeerde voor | verleden tijd |
| te hebben voorgeprogrammeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen voorprogrammeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voor te programmeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voor te zullen programmeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voor zal programmeren | bijzin, toekomende tijd |
| voor zou programmeren | bijzin, voorwaardelijk |
| voor zouden programmeren | bijzin, voorwaardelijk |
| voor zoudt programmeren | bijzin, voorwaardelijk |
| voor zullen programmeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voor zullen programmeren | bijzin, toekomende tijd |
| voor zult programmeren | bijzin, toekomende tijd |
| voorgeprogrammeerd | verleden tijd, deelwoord |
| voorgeprogrammeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voorgeprogrammeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voorgeprogrammeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voorgeprogrammeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voorgeprogrammeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voorgeprogrammeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| voorgeprogrammeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| voorgeprogrammeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voorgeprogrammeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voorgeprogrammeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voorprogrammeer | bijzin, tegenwoordige tijd |
| voorprogrammeerde | bijzin, verleden tijd |
| voorprogrammeerden | bijzin, verleden tijd |
| voorprogrammeert | bijzin, tegenwoordige tijd |
| voorprogrammerend | onvoltooid, deelwoord |
| waart voorgeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren voorgeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren voorgeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren voorgeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was voorgeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was voorgeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was voorgeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd voorgeprogrammeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd voorgeprogrammeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd voorgeprogrammeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden voorgeprogrammeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden voorgeprogrammeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden voorgeprogrammeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt voorgeprogrammeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word voorgeprogrammeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden voorgeprogrammeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden voorgeprogrammeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden voorgeprogrammeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt voorgeprogrammeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt voorgeprogrammeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal voorgeprogrammeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voorgeprogrammeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal voorgeprogrammeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal voorgeprogrammeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voorgeprogrammeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal voorgeprogrammeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voorgeprogrammeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal voorprogrammeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal voorprogrammeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal voorprogrammeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal voorprogrammeren | bijzin, toekomende tijd |
| zijn voorgeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn voorgeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn voorgeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt voorgeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou voorgeprogrammeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voorgeprogrammeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voorgeprogrammeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou voorgeprogrammeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voorgeprogrammeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou voorgeprogrammeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voorgeprogrammeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voorgeprogrammeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voorgeprogrammeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou voorprogrammeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou voorprogrammeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou voorprogrammeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou voorprogrammeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) voorprogrammeren voor zou(dt) programmeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden voorgeprogrammeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden voorgeprogrammeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden voorgeprogrammeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voorgeprogrammeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden voorgeprogrammeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden voorgeprogrammeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voorgeprogrammeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden voorgeprogrammeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden voorgeprogrammeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voorprogrammeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden voorprogrammeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden voorprogrammeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden voorprogrammeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt voorgeprogrammeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt voorgeprogrammeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt voorgeprogrammeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt voorprogrammeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt voorprogrammeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen voorgeprogrammeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen voorgeprogrammeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen voorgeprogrammeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen voorgeprogrammeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen voorgeprogrammeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen voorgeprogrammeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen voorgeprogrammeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen voorgeprogrammeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen voorgeprogrammeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen voorprogrammeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen voorprogrammeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen voorprogrammeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen voorprogrammeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen voorprogrammeren | bijzin, toekomende tijd |
| zult voorgeprogrammeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van voor en programmeren
Woordfamilie van voorprogrammeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| programmeer voor | gebiedende wijs | voorprogrammeren |
| programmeerde voor | verleden tijd | voorprogrammeren |
| programmeerden voor | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | voorprogrammeren |
| programmeert voor | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | voorprogrammeren |
| programmere voor | woordvorm | voorprogrammeren |
| programmeren voor | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | voorprogrammeren |
| voorgeprogrammeerd | voltooid deelwoord | voorprogrammeren |
| voorgeprogrammeerde | woordvorm | voorprogrammeren |
| voorprogrammeer | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | voorprogrammeren |
| voorprogrammeerde | subordinate-clause, verleden tijd | voorprogrammeren |
| voorprogrammeerden | subordinate-clause, verleden tijd | voorprogrammeren |
| voorprogrammeert | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | voorprogrammeren |
| voorprogrammere | with-subordinate-clause | voorprogrammeren |
| voorprogrammerend | onvoltooid deelwoord | voorprogrammeren |
| voorprogrammerende | woordvorm | voorprogrammeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorprogrammeren zijn vastgelegd.