Naar de inhoud

vooroverbuigen

in voorwaartse richting een buiging maken

vooroverbuigen

werkwoord

Betekenis

  1. in voorwaartse richting een buiging maken
  2. zich in voorwaartse richting buigen
  3. iets in voorwaartse richting buigen
  4. tweede betekenisomschrijving
  5. enz.

Vervoeging van vooroverbuigen

vooroverbuigenhele werkwoord — boog vooroververleden tijd enkelvoud — bogen vooroververleden tijd meervoud — voorovergebogenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik buig voorover boog voorover
jij buigt voorover boog voorover
hij, zij, het buigt voorover boog voorover
wij buigen voorover bogen voorover
jullie buigen voorover bogen voorover
zij buigen voorover bogen voorover
Alle 159 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben voorovergebogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent voorovergebogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
boog voorover verleden tijd
buig u/je voorover, buigt je voorover gebiedende wijs
buig voorover gebiedende wijs
er is voorovergebogen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was voorovergebogen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd voorovergebogen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt voorovergebogen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal voorovergebogen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal voorovergebogen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou voorovergebogen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou voorovergebogen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had voorovergebogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had voorovergebogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had voorovergebogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden voorovergebogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden voorovergebogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden voorovergebogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt voorovergebogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb voorovergebogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorovergebogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben voorovergebogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorovergebogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben voorovergebogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt voorovergebogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorovergebogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorovergebogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is voorovergebogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is voorovergebogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben voorovergebogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vooroverbuigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorover te buigen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voorover te zullen buigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorover zal buigen bijzin, toekomende tijd
voorover zou buigen bijzin, voorwaardelijk
voorover zouden buigen bijzin, voorwaardelijk
voorover zoudt buigen bijzin, voorwaardelijk
voorover zullen buigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorover zullen buigen bijzin, toekomende tijd
voorover zult buigen bijzin, toekomende tijd
vooroverbogen bijzin, verleden tijd
vooroverboog bijzin, verleden tijd
vooroverboogt bijzin, verleden tijd
vooroverbuig bijzin, tegenwoordige tijd
vooroverbuigend onvoltooid, deelwoord
vooroverbuigt bijzin, tegenwoordige tijd
voorovergebogen verleden tijd, deelwoord
voorovergebogen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voorovergebogen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voorovergebogen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorovergebogen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorovergebogen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorovergebogen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voorovergebogen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voorovergebogen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorovergebogen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorovergebogen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waart voorovergebogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voorovergebogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren voorovergebogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voorovergebogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was voorovergebogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was voorovergebogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was voorovergebogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd voorovergebogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd voorovergebogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd voorovergebogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden voorovergebogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden voorovergebogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden voorovergebogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt voorovergebogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word voorovergebogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden voorovergebogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden voorovergebogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden voorovergebogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt voorovergebogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt voorovergebogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me vooroverbuigen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal vooroverbuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vooroverbuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vooroverbuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal vooroverbuigen bijzin, toekomende tijd
zal voorovergebogen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorovergebogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal voorovergebogen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voorovergebogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorovergebogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal voorovergebogen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorovergebogen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zich vooroverbuigen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je vooroverbuigen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich vooroverbuigend onvoltooid, deelwoord
zich voorovergebogen hebben verleden tijd
zijn voorovergebogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn voorovergebogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn voorovergebogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt voorovergebogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou vooroverbuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vooroverbuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vooroverbuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou vooroverbuigen bijzin, voorwaardelijk
zou voorovergebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorovergebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorovergebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voorovergebogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorovergebogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou voorovergebogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorovergebogen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorovergebogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorovergebogen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) vooroverbuigen voorover zou(dt) buigen bijzin, voorwaardelijk
zouden vooroverbuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vooroverbuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vooroverbuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden vooroverbuigen bijzin, voorwaardelijk
zouden voorovergebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voorovergebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voorovergebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorovergebogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voorovergebogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voorovergebogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorovergebogen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voorovergebogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voorovergebogen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt vooroverbuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt vooroverbuigen bijzin, voorwaardelijk
zoudt voorovergebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorovergebogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorovergebogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen je vooroverbuigen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons vooroverbuigen eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen vooroverbuigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vooroverbuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vooroverbuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vooroverbuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen vooroverbuigen bijzin, toekomende tijd
zullen voorovergebogen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon

Herkomst

samenstelling van voorover bw en buigen ww

Woordfamilie van vooroverbuigen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bogen voorover aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vooroverbuigen
boog voorover verleden tijd vooroverbuigen
buig voorover gebiedende wijs vooroverbuigen
buige voorover woordvorm vooroverbuigen
buigen voorover aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon vooroverbuigen
buigt voorover aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vooroverbuigen
vooroverbogen subordinate-clause, verleden tijd vooroverbuigen
vooroverboog subordinate-clause, verleden tijd vooroverbuigen
vooroverbuig subordinate-clause, tegenwoordige tijd vooroverbuigen
vooroverbuige with-subordinate-clause vooroverbuigen
vooroverbuigend onvoltooid deelwoord vooroverbuigen
vooroverbuigende woordvorm vooroverbuigen
vooroverbuigt subordinate-clause, tegenwoordige tijd vooroverbuigen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vooroverbuigen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vooroverbuigen

Wat is de betekenis van vooroverbuigen?
Vooroverbuigen is een werkwoord. De betekenis is: in voorwaartse richting een buiging maken. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik vooroverbuigen?
Zo vervoeg je vooroverbuigen zo: het voltooid deelwoord is voorovergebogen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vooroverbuigen is 29 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. O 1
  6. V 4
  7. E 1
  8. R 2
  9. B 3
  10. U 4
  11. I 1
  12. G 3
  13. E 1
  14. N 1
  15. 29 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vooroverbuigen levert met Wordfeud minimaal 29 en maximaal 111 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. O 1
  6. V 4
  7. E 1
  8. R 2
  9. B 4
  10. U 2
  11. I 2
  12. G 3
  13. E 1
  14. N 1
  15. 29 zonder bonus
  16. 111 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vooroverbuigen in het kort

vooroverbuigen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van vooroverbuigen staan er 101 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort vooroverbuigen bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

vooroverbuigen: in voorwaartse richting een buiging maken
Deel vooroverbuigen — standaardnederlands.nl