vooroverbuigen
werkwoordBetekenis
- in voorwaartse richting een buiging maken
- zich in voorwaartse richting buigen
- iets in voorwaartse richting buigen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van vooroverbuigen
vooroverbuigenhele werkwoord — boog vooroververleden tijd enkelvoud — bogen vooroververleden tijd meervoud — voorovergebogenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | buig voorover | boog voorover |
| jij | buigt voorover | boog voorover |
| hij, zij, het | buigt voorover | boog voorover |
| wij | buigen voorover | bogen voorover |
| jullie | buigen voorover | bogen voorover |
| zij | buigen voorover | bogen voorover |
Alle 159 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben voorovergebogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent voorovergebogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| boog voorover | verleden tijd |
| buig u/je voorover, buigt je voorover | gebiedende wijs |
| buig voorover | gebiedende wijs |
| er is voorovergebogen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was voorovergebogen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd voorovergebogen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt voorovergebogen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal voorovergebogen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal voorovergebogen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou voorovergebogen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou voorovergebogen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had voorovergebogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had voorovergebogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had voorovergebogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden voorovergebogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden voorovergebogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden voorovergebogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt voorovergebogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb voorovergebogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben voorovergebogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben voorovergebogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben voorovergebogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben voorovergebogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt voorovergebogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft voorovergebogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft voorovergebogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is voorovergebogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is voorovergebogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben voorovergebogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vooroverbuigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voorover te buigen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voorover te zullen buigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voorover zal buigen | bijzin, toekomende tijd |
| voorover zou buigen | bijzin, voorwaardelijk |
| voorover zouden buigen | bijzin, voorwaardelijk |
| voorover zoudt buigen | bijzin, voorwaardelijk |
| voorover zullen buigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voorover zullen buigen | bijzin, toekomende tijd |
| voorover zult buigen | bijzin, toekomende tijd |
| vooroverbogen | bijzin, verleden tijd |
| vooroverboog | bijzin, verleden tijd |
| vooroverboogt | bijzin, verleden tijd |
| vooroverbuig | bijzin, tegenwoordige tijd |
| vooroverbuigend | onvoltooid, deelwoord |
| vooroverbuigt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| voorovergebogen | verleden tijd, deelwoord |
| voorovergebogen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voorovergebogen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voorovergebogen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voorovergebogen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voorovergebogen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voorovergebogen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| voorovergebogen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| voorovergebogen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voorovergebogen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voorovergebogen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| waart voorovergebogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren voorovergebogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren voorovergebogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren voorovergebogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was voorovergebogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was voorovergebogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was voorovergebogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd voorovergebogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd voorovergebogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd voorovergebogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden voorovergebogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden voorovergebogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden voorovergebogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt voorovergebogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word voorovergebogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden voorovergebogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden voorovergebogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden voorovergebogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt voorovergebogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt voorovergebogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal me vooroverbuigen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal vooroverbuigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vooroverbuigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vooroverbuigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal vooroverbuigen | bijzin, toekomende tijd |
| zal voorovergebogen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voorovergebogen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal voorovergebogen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal voorovergebogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voorovergebogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal voorovergebogen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voorovergebogen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zich vooroverbuigen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je vooroverbuigen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich vooroverbuigend | onvoltooid, deelwoord |
| zich voorovergebogen hebben | verleden tijd |
| zijn voorovergebogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn voorovergebogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn voorovergebogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt voorovergebogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou vooroverbuigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vooroverbuigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vooroverbuigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou vooroverbuigen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou voorovergebogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voorovergebogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voorovergebogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou voorovergebogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voorovergebogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou voorovergebogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voorovergebogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voorovergebogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voorovergebogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) vooroverbuigen voorover zou(dt) buigen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden vooroverbuigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vooroverbuigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vooroverbuigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden vooroverbuigen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden voorovergebogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden voorovergebogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden voorovergebogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voorovergebogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden voorovergebogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden voorovergebogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voorovergebogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden voorovergebogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden voorovergebogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt vooroverbuigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt vooroverbuigen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt voorovergebogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt voorovergebogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt voorovergebogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen je vooroverbuigen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons vooroverbuigen | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen vooroverbuigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vooroverbuigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vooroverbuigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vooroverbuigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen vooroverbuigen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen voorovergebogen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
Herkomst
samenstelling van voorover bw en buigen ww
Woordfamilie van vooroverbuigen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bogen voorover | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vooroverbuigen |
| boog voorover | verleden tijd | vooroverbuigen |
| buig voorover | gebiedende wijs | vooroverbuigen |
| buige voorover | woordvorm | vooroverbuigen |
| buigen voorover | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | vooroverbuigen |
| buigt voorover | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vooroverbuigen |
| vooroverbogen | subordinate-clause, verleden tijd | vooroverbuigen |
| vooroverboog | subordinate-clause, verleden tijd | vooroverbuigen |
| vooroverbuig | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | vooroverbuigen |
| vooroverbuige | with-subordinate-clause | vooroverbuigen |
| vooroverbuigend | onvoltooid deelwoord | vooroverbuigen |
| vooroverbuigende | woordvorm | vooroverbuigen |
| vooroverbuigt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | vooroverbuigen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vooroverbuigen zijn vastgelegd.