Naar de inhoud

vooroplopen

als voorste lopen

vooroplopen

werkwoord /vorˈɔplopə(n)/

Betekenis

  1. als voorste lopen
  2. op anderen vooruit zijn

Hoe spreek je vooroplopen uit?

/vorˈɔplopən/

Vooroplopen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vorˈɔplopən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
o boot
r rood
ɔ bot
p pak
l land
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van vooroplopen

vooroplopenhele werkwoord — liep vooropverleden tijd enkelvoud — liepen vooropverleden tijd meervoud — vooropgelopenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik loop voorop liep voorop
jij loopt voorop liep voorop
hij, zij, het loopt voorop liep voorop
wij lopen voorop liepen voorop
jullie lopen voorop liepen voorop
zij lopen voorop liepen voorop
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had vooropgelopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vooropgelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vooropgelopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vooropgelopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vooropgelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vooropgelopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vooropgelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vooropgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vooropgelopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vooropgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vooropgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vooropgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vooropgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vooropgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vooropgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
liep voorop verleden tijd
loop voorop gebiedende wijs
te hebben vooropgelopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vooroplopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorop te lopen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voorop te zullen lopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorop zal lopen bijzin, toekomende tijd
voorop zou lopen bijzin, voorwaardelijk
voorop zouden lopen bijzin, voorwaardelijk
voorop zoudt lopen bijzin, voorwaardelijk
voorop zullen lopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorop zullen lopen bijzin, toekomende tijd
voorop zult lopen bijzin, toekomende tijd
vooropgelopen verleden tijd, deelwoord
vooropgelopen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vooropgelopen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vooropliep bijzin, verleden tijd
vooropliepen bijzin, verleden tijd
vooropliept bijzin, verleden tijd
vooroploop bijzin, tegenwoordige tijd
vooroploopt bijzin, tegenwoordige tijd
vooroplopend onvoltooid, deelwoord
zal vooropgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vooropgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vooropgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vooroplopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vooroplopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vooroplopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal vooroplopen bijzin, toekomende tijd
zou vooropgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vooropgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vooropgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vooroplopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vooroplopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vooroplopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou vooroplopen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) vooroplopen voorop zou(dt) lopen bijzin, voorwaardelijk
zouden vooropgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vooropgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vooropgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vooroplopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vooroplopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vooroplopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden vooroplopen bijzin, voorwaardelijk
zoudt vooropgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vooroplopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt vooroplopen bijzin, voorwaardelijk
zullen vooropgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vooropgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vooropgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vooroplopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vooroplopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vooroplopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vooroplopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen vooroplopen bijzin, toekomende tijd
zult vooropgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vooroplopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult vooroplopen bijzin, toekomende tijd
zult/zal vooroplopen voorop zult/zal lopen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van voorop bw en lopen ww

Woordfamilie van vooroplopen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
liep voorop verleden tijd vooroplopen
liepen voorop aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vooroplopen
loop voorop gebiedende wijs vooroplopen
loopt voorop aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vooroplopen
lope voorop woordvorm vooroplopen
lopen voorop aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon vooroplopen
vooropgelopen voltooid deelwoord vooroplopen
vooropliep subordinate-clause, verleden tijd vooroplopen
vooropliepen subordinate-clause, verleden tijd vooroplopen
vooroploop subordinate-clause, tegenwoordige tijd vooroplopen
vooroploopt subordinate-clause, tegenwoordige tijd vooroplopen
vooroplope with-subordinate-clause vooroplopen
vooroplopend onvoltooid deelwoord vooroplopen
vooroplopende woordvorm vooroplopen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vooroplopen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vooroplopen

Hoe spreek je vooroplopen uit?
De uitspraak van vooroplopen is: /vorˈɔplopə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent vooroplopen?
Vooroplopen is een werkwoord. Het woord betekent: als voorste lopen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je vooroplopen?
Je vervoegt vooroplopen als volgt: het voltooid deelwoord is vooropgelopen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vooroplopen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. O 1
  6. P 3
  7. L 3
  8. O 1
  9. P 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vooroplopen levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. O 1
  6. P 4
  7. L 3
  8. O 1
  9. P 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 zonder bonus
  13. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vooroplopen in het kort

vooroplopen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van vooroplopen zijn 47 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort vooroplopen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

vooroplopen: als voorste lopen
Deel vooroplopen — standaardnederlands.nl