Naar de inhoud

voorhouden

iemand vertellen hoe jij denkt dat de wereld in elkaar zit

voorhouden

werkwoord

Betekenis

  1. iemand vertellen hoe jij denkt dat de wereld in elkaar zit
  2. iemand ergens mee confronteren

Vervoeging van voorhouden

voorhoudenhele werkwoord — hield voorverleden tijd enkelvoud — hielden voorverleden tijd meervoud — voorgehoudenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hou voor hield voor
jij houdt voor hield voor
hij, zij, het houdt voor hield voor
wij houden voor hielden voor
jullie houden voor hielden voor
zij houden voor hielden voor
Alle 147 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben voorgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent voorgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is voorgehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was voorgehouden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd voorgehouden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt voorgehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal voorgehouden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal voorgehouden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou voorgehouden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou voorgehouden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had voorgehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had voorgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had voorgehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden voorgehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden voorgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden voorgehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt voorgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb voorgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorgehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben voorgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben voorgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt voorgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hield voor verleden tijd
hou voor gebiedende wijs
houd voor gebiedende wijs
is voorgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is voorgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben voorgehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen voorhouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voor te houden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voor te zullen houden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voor zal houden bijzin, toekomende tijd
voor zou houden bijzin, voorwaardelijk
voor zouden houden bijzin, voorwaardelijk
voor zoudt houden bijzin, voorwaardelijk
voor zullen houden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voor zullen houden bijzin, toekomende tijd
voor zult houden bijzin, toekomende tijd
voorgehouden verleden tijd, deelwoord
voorgehouden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voorgehouden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voorgehouden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorgehouden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorgehouden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorgehouden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voorgehouden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voorgehouden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorgehouden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorgehouden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorhield bijzin, verleden tijd
voorhielden bijzin, verleden tijd
voorhou bijzin, tegenwoordige tijd
voorhoud bijzin, tegenwoordige tijd
voorhoudend onvoltooid, deelwoord
voorhoudt bijzin, tegenwoordige tijd
waart voorgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voorgehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren voorgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voorgehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was voorgehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was voorgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was voorgehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd voorgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd voorgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd voorgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden voorgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden voorgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden voorgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt voorgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word voorgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden voorgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden voorgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden voorgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt voorgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt voorgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal voorgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal voorgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voorgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal voorgehouden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorgehouden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voorhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal voorhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal voorhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal voorhouden bijzin, toekomende tijd
zijn voorgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn voorgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn voorgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt voorgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou voorgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voorgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou voorgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voorhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou voorhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou voorhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou voorhouden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) voorhouden voor zou(dt) houden bijzin, voorwaardelijk
zouden voorgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voorgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voorgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voorgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voorgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voorgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voorgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voorhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voorhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden voorhouden bijzin, voorwaardelijk
zoudt voorgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt voorhouden bijzin, voorwaardelijk
zullen voorgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen voorgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen voorgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voorgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voorgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voorgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voorgehouden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen voorgehouden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen voorgehouden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voorhouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen voorhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voorhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voorhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon

Herkomst

samenstelling van voor en houden

Woordfamilie van voorhouden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
hield voor verleden tijd voorhouden
hielden voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon voorhouden
hou voor gebiedende wijs voorhouden
houd voor gebiedende wijs voorhouden
houde voor woordvorm voorhouden
houden voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon voorhouden
houdt voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon voorhouden
voorgehouden voltooid deelwoord voorhouden
voorhield subordinate-clause, verleden tijd voorhouden
voorhielden subordinate-clause, verleden tijd voorhouden
voorhou subordinate-clause, tegenwoordige tijd voorhouden
voorhoud subordinate-clause, tegenwoordige tijd voorhouden
voorhoude with-subordinate-clause voorhouden
voorhoudend onvoltooid deelwoord voorhouden
voorhoudende woordvorm voorhouden
voorhoudt subordinate-clause, tegenwoordige tijd voorhouden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorhouden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over voorhouden

Wat is de betekenis van voorhouden?
Voorhouden is een werkwoord. De betekenis is: iemand vertellen hoe jij denkt dat de wereld in elkaar zit. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik voorhouden?
Zo vervoeg je voorhouden zo: het voltooid deelwoord is voorgehouden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord voorhouden is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. H 4
  6. O 1
  7. U 4
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

voorhouden levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. H 4
  6. O 1
  7. U 2
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

voorhouden in het kort

voorhouden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van voorhouden staan er 90 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort voorhouden bij een woordfamilie van 16 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

voorhouden: iemand vertellen hoe jij denkt dat de wereld in elkaar zit
Deel voorhouden — standaardnederlands.nl