voorhangen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- in het zicht van iemand iets ophangen
- in het vooruitzicht stellen; iets beloven
Vervoeging van voorhangen
voorhangenhele werkwoord
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord voorhang
Herkomst
samenstelling van voor bw en hangen ww
Woordfamilie van voorhangen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hang voor | woordvorm | voorhangen |
| hange voor | woordvorm | voorhangen |
| hangen voor | woordvorm | voorhangen |
| hangt voor | woordvorm | voorhangen |
| hing voor | woordvorm | voorhangen |
| hingen voor | woordvorm | voorhangen |
| voorgehangen | woordvorm | voorhangen |
| voorhange | with-subordinate-clause | voorhangen |
| voorhangend | woordvorm | voorhangen |
| voorhangende | woordvorm | voorhangen |
| voorhangt | with-subordinate-clause | voorhangen |
| voorhing | with-subordinate-clause | voorhangen |
| voorhingen | with-subordinate-clause | voorhangen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorhangen zijn vastgelegd.