voorgeborchte
zelfstandig naamwoord ˈvorɣəˌbɔrᵊxtəBetekenis
- (in de rooms-katholieke theologie) het verblijf van de zielen die, buiten persoonlijke schuld om, na het sterven niet toegelaten worden tot de hemelse glorie van Christus en ook niet naar de hel of het vagevuur gezonden worden
Hoe spreek je voorgeborchte uit?
/ˈvorxəˌbɔrəxtə/
Voorgeborchte bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| o | boot |
| r | rood |
| x | acht |
| ə | de |
| b | bak |
| ɔ | bot |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- verblijf van de zielen die, buiten persoonlijke schuld om, na het sterven niet toegelaten worden tot de hemelse glorie van Christus en ook niet naar de hel of door het vagevuur gezonden worden
- buiten de stadsmuren gelegen bebouwing van een stad
- meest naar buiten gelegen vestingwerken
Herkomst
van Middelnederlands voregeborchte zn oorspronkelijk: "buitenste vestingwerken", in de betekenis van ‘voorportaal van de hel’ aangetroffen vanaf 1464, op te vatten als samenstelling van voor vz en geborchte zn