voorgekookt
werkwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- zo voorbereid dat degene die de taak moet uitvoeren geen keuzevrijheid meer heeft hoe de taak uit te voeren; dwingend voorgeschreven
Woordvorm
- voltooid deelwoord van voorkoken
Vervoeging van voorgekookt
voorgekookthele werkwoord
Herkomst
*vervoeging van voorkoken: voltooid deelwoord (van het scheidbare werkwoord), op te vatten als samenstelling van voor bw en gekookt ww
Woordfamilie van voorgekookt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voorgekookts | woordvorm | voorgekookt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorgekookt zijn vastgelegd.