Naar de inhoud

vomeren

braken, kotsen, overgeven, spugen

vomeren

werkwoord

Betekenis

  1. braken, kotsen, overgeven, spugen

Vervoeging van vomeren

vomerenhele werkwoord — vomeerdeverleden tijd enkelvoud — vomeerdenverleden tijd meervoud — gevomeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vomeer vomeerde
jij vomeert vomeerde
hij, zij, het vomeert vomeerde
wij vomeren vomeerden
jullie vomeren vomeerden
zij vomeren vomeerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gevomeerd verleden tijd, deelwoord
gevomeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevomeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gevomeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gevomeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gevomeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gevomeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gevomeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gevomeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gevomeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gevomeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevomeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gevomeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevomeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gevomeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gevomeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevomeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevomeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gevomeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vomeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vomeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vomeer gebiedende wijs
vomeerde verleden tijd
vomere aanvoegende wijs
vomerend onvoltooid, deelwoord
zal gevomeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevomeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gevomeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vomeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vomeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vomeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gevomeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevomeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevomeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vomeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vomeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vomeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gevomeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevomeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevomeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vomeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vomeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vomeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gevomeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vomeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gevomeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gevomeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gevomeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vomeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vomeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vomeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vomeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gevomeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vomeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘braken’ voor het eerst aangetroffen in 1654

Woordfamilie van vomeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gevomeerd voltooid deelwoord vomeren
vomeer gebiedende wijs vomeren
vomeerde verleden tijd vomeren
vomeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vomeren
vomeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vomeren
vomere aanvoegende wijs vomeren
vomerend onvoltooid deelwoord vomeren
vomerende woordvorm vomeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vomeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vomeren

Wat is de betekenis van vomeren?
Vomeren is een werkwoord. De betekenis is: braken, kotsen, overgeven, spugen.
Hoe vervoeg ik vomeren?
Zo vervoeg je vomeren zo: de tegenwoordige tijd is vomeer, de verleden tijd is vomeerde en het voltooid deelwoord is gevomeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vomeren is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. M 3
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vomeren levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 103 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. M 3
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 103 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

vomeren telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

vomeren in het kort

vomeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van vomeren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort vomeren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

vomeren: braken, kotsen, overgeven, spugen
Deel vomeren — standaardnederlands.nl