vollopen
werkwoordBetekenis
- opgevuld raken met een vloeistof of een massa
- tweede betekenisomschrijving.
- enz.
Vervoeging van vollopen
vollopenhele werkwoord — liep volverleden tijd enkelvoud — liepen volverleden tijd meervoud — volgelopenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | loop vol | liep vol |
| jij | loopt vol | liep vol |
| hij, zij, het | loopt vol | liep vol |
| wij | lopen vol | liepen vol |
| jullie | lopen vol | liepen vol |
| zij | lopen vol | liepen vol |
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben volgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent volgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is volgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is volgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| liep vol | verleden tijd |
| loop vol | gebiedende wijs |
| te zijn volgelopen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vollopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vol te lopen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vol te zullen lopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vol zal lopen | bijzin, toekomende tijd |
| vol zou lopen | bijzin, voorwaardelijk |
| vol zouden lopen | bijzin, voorwaardelijk |
| vol zoudt lopen | bijzin, voorwaardelijk |
| vol zullen lopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vol zullen lopen | bijzin, toekomende tijd |
| vol zult lopen | bijzin, toekomende tijd |
| volgelopen | verleden tijd, deelwoord |
| volgelopen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| volgelopen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| volliep | bijzin, verleden tijd |
| volliepen | bijzin, verleden tijd |
| volliept | bijzin, verleden tijd |
| volloop | bijzin, tegenwoordige tijd |
| volloopt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| vollopend | onvoltooid, deelwoord |
| waart volgelopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren volgelopen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren volgelopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren volgelopen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was volgelopen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was volgelopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was volgelopen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal volgelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal volgelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal volgelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vollopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vollopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vollopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal vollopen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn volgelopen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn volgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn volgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn volgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt volgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou volgelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou volgelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou volgelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vollopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vollopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vollopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou vollopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) vollopen vol zou(dt) lopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden volgelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden volgelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden volgelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vollopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vollopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vollopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden vollopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt volgelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vollopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt vollopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen volgelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen volgelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen volgelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vollopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vollopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vollopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vollopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen vollopen | bijzin, toekomende tijd |
| zult volgelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vollopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult vollopen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal vollopen vol zult/zal lopen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van vol en lopen
Woordfamilie van vollopen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| liep vol | verleden tijd | vollopen |
| liepen vol | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vollopen |
| loop vol | gebiedende wijs | vollopen |
| loopt vol | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vollopen |
| lope vol | woordvorm | vollopen |
| lopen vol | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | vollopen |
| volgelopen | voltooid deelwoord | vollopen |
| volliep | subordinate-clause, verleden tijd | vollopen |
| volliepen | subordinate-clause, verleden tijd | vollopen |
| volloop | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | vollopen |
| volloopt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | vollopen |
| vollope | with-subordinate-clause | vollopen |
| vollopend | onvoltooid deelwoord | vollopen |
| vollopende | woordvorm | vollopen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vollopen zijn vastgelegd.