volhouden
werkwoordBetekenis
- doorgaan met iets ondanks tegenslag, tegenspraak of vermoeidheid
Vervoeging van volhouden
volhoudenhele werkwoord — hield volverleden tijd enkelvoud — hielden volverleden tijd meervoud — volgehoudenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | hou vol | hield vol |
| jij | houdt vol | hield vol |
| hij, zij, het | houdt vol | hield vol |
| wij | houden vol | hielden vol |
| jullie | houden vol | hielden vol |
| zij | houden vol | hielden vol |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben volgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent volgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is volgehouden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was volgehouden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd volgehouden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt volgehouden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal volgehouden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal volgehouden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou volgehouden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou volgehouden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. hou vol/ houd vol | gebiedende wijs |
| had volgehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had volgehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had volgehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden volgehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden volgehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden volgehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt volgehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb volgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben volgehouden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben volgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben volgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben volgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt volgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft volgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft volgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hield vol | verleden tijd |
| is volgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is volgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben volgehouden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen volhouden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vol te houden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vol te zullen houden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vol zal houden | bijzin, toekomende tijd |
| vol zou houden | bijzin, voorwaardelijk |
| vol zouden houden | bijzin, voorwaardelijk |
| vol zoudt houden | bijzin, voorwaardelijk |
| vol zullen houden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vol zullen houden | bijzin, toekomende tijd |
| vol zult houden | bijzin, toekomende tijd |
| volgehouden | verleden tijd, deelwoord |
| volgehouden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| volgehouden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| volgehouden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| volgehouden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| volgehouden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| volgehouden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| volgehouden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| volgehouden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| volgehouden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| volgehouden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| volhield | bijzin, verleden tijd |
| volhielden | bijzin, verleden tijd |
| volhou | bijzin, tegenwoordige tijd |
| volhoud | bijzin, tegenwoordige tijd |
| volhoudend | onvoltooid, deelwoord |
| volhoudt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| waart volgehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren volgehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren volgehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren volgehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was volgehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was volgehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was volgehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd volgehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd volgehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd volgehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden volgehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden volgehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden volgehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt volgehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word volgehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden volgehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden volgehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden volgehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt volgehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt volgehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal volgehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal volgehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal volgehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal volgehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal volgehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal volgehouden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal volgehouden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal volhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal volhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal volhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal volhouden | bijzin, toekomende tijd |
| zijn volgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn volgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn volgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt volgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou volgehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou volgehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou volgehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou volgehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou volgehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou volgehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou volgehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou volgehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou volgehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou volhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou volhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou volhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou volhouden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) volhouden vol zou(dt) houden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden volgehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden volgehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden volgehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden volgehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden volgehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden volgehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden volgehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden volgehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden volgehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden volhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden volhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden volhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden volhouden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt volgehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt volgehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt volgehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt volhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt volhouden | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen volgehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen volgehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen volgehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen volgehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen volgehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen volgehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen volgehouden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen volgehouden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen volgehouden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen volhouden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen volhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen volhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen volhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen volhouden | bijzin, toekomende tijd |
| zult volgehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘handhaven’ voor het eerst aangetroffen in 1458
Woordfamilie van volhouden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hield vol | verleden tijd | volhouden |
| hielden vol | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | volhouden |
| hou vol | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 1e persoon | volhouden |
| houd vol | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 1e persoon | volhouden |
| houde vol | woordvorm | volhouden |
| houden vol | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | volhouden |
| houdt vol | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | volhouden |
| volgehouden | voltooid deelwoord | volhouden |
| volhield | subordinate-clause, verleden tijd | volhouden |
| volhielden | subordinate-clause, verleden tijd | volhouden |
| volhou | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | volhouden |
| volhoud | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | volhouden |
| volhoude | with-subordinate-clause | volhouden |
| volhoudend | onvoltooid deelwoord | volhouden |
| volhoudende | woordvorm | volhouden |
| volhoudt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | volhouden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van volhouden zijn vastgelegd.