Naar de inhoud

vochten

vochtig maken of houden

vochten is meer dan één woord

vochten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. vochtig maken of houden

Vervoeging van vochten

vochtenhele werkwoord — vochtteverleden tijd enkelvoud — vochttenverleden tijd meervoud — gevochtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vocht vochtte
jij vocht vochtte
hij, zij, het vocht vochtte
wij vochten vochtten
jullie vochten vochtten
zij vochten vochtten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gevocht verleden tijd, deelwoord
gevocht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevocht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gevocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gevocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gevocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gevocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gevocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gevocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gevocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gevocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevocht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gevocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gevocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gevocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gevocht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vochten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vochten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vocht gebiedende wijs
vochte aanvoegende wijs
vochtend onvoltooid, deelwoord
vochtte verleden tijd
zal gevocht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gevocht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gevocht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gevocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gevocht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vochten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gevocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van vechten

Vervoeging van vochten

vochtenhele werkwoord — vochtteverleden tijd enkelvoud — vochttenverleden tijd meervoud — gevochtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vocht vochtte
jij vocht vochtte
hij, zij, het vocht vochtte
wij vochten vochtten
jullie vochten vochtten
zij vochten vochtten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gevocht verleden tijd, deelwoord
gevocht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevocht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gevocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gevocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gevocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gevocht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gevocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gevocht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gevocht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gevocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevocht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gevocht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gevocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gevocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevocht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevocht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gevocht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vochten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vochten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vocht gebiedende wijs
vochte aanvoegende wijs
vochtend onvoltooid, deelwoord
vochtte verleden tijd
zal gevocht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gevocht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gevocht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vochten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gevocht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gevocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gevocht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vochten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gevocht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vochten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord vocht

Woordfamilie van vochten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gevocht voltooid deelwoord vochten
vochte aanvoegende wijs vochten
vochtend onvoltooid deelwoord vochten
vochtende woordvorm vochten
vochtte verleden tijd vochten
vochtten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vochten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vochten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vochten

Wat betekent vochten?
Vochten is een werkwoord. Het woord betekent: vochtig maken of houden.
Hoe vervoeg je vochten?
Je vervoegt vochten als volgt: de tegenwoordige tijd is vocht, de verleden tijd is vochtte en het voltooid deelwoord is gevocht. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vochten is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. C 5
  4. H 4
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vochten levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 124 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. C 5
  4. H 4
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 18 zonder bonus
  9. 124 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

vochten telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

vochten in het kort

vochten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van vochten zijn 31 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort vochten bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

vochten: vochtig maken of houden
Deel vochten — standaardnederlands.nl