Naar de inhoud

vocaliseren

zangoefeningen (zonder woorden) doen

vocaliseren

werkwoord

Betekenis

  1. zangoefeningen (zonder woorden) doen
  2. een stem geven

Vervoeging van vocaliseren

vocaliserenhele werkwoord — vocaliseerdeverleden tijd enkelvoud — vocaliseerdenverleden tijd meervoud — gevocaliseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vocaliseer vocaliseerde
jij vocaliseert vocaliseerde
hij, zij, het vocaliseert vocaliseerde
wij vocaliseren vocaliseerden
jullie vocaliseren vocaliseerden
zij vocaliseren vocaliseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gevocaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gevocaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gevocaliseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gevocaliseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gevocaliseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gevocaliseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gevocaliseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gevocaliseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gevocaliseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gevocaliseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gevocaliseerd verleden tijd, deelwoord
gevocaliseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gevocaliseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gevocaliseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevocaliseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevocaliseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevocaliseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gevocaliseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gevocaliseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gevocaliseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gevocaliseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gevocaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gevocaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gevocaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gevocaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gevocaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gevocaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gevocaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gevocaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevocaliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gevocaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevocaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gevocaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gevocaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevocaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevocaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gevocaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gevocaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gevocaliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vocaliseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vocaliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vocaliseer gebiedende wijs
vocaliseerde verleden tijd
vocalisere aanvoegende wijs
vocaliserend onvoltooid, deelwoord
waart gevocaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gevocaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gevocaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gevocaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gevocaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gevocaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gevocaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gevocaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gevocaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gevocaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gevocaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gevocaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gevocaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gevocaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gevocaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gevocaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gevocaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gevocaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gevocaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gevocaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gevocaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevocaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gevocaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gevocaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevocaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gevocaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevocaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vocaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vocaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vocaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gevocaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gevocaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gevocaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gevocaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gevocaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevocaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevocaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gevocaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevocaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gevocaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevocaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevocaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevocaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vocaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vocaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vocaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gevocaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevocaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevocaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gevocaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gevocaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gevocaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gevocaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevocaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevocaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vocaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vocaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vocaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gevocaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gevocaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gevocaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vocaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gevocaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gevocaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gevocaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gevocaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gevocaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gevocaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gevocaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gevocaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gevocaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vocaliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vocaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vocaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vocaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gevocaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gevocaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gevocaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vocaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vocalises oefenen’ voor het eerst aangetroffen in 1739

Woordfamilie van vocaliseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gevocaliseerd voltooid deelwoord vocaliseren
gevocaliseerde woordvorm vocaliseren
vocaliseer gebiedende wijs vocaliseren
vocaliseerde verleden tijd vocaliseren
vocaliseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vocaliseren
vocaliseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vocaliseren
vocalisere aanvoegende wijs vocaliseren
vocaliserend onvoltooid deelwoord vocaliseren
vocaliserende woordvorm vocaliseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vocaliseren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over vocaliseren

Wat is de betekenis van vocaliseren?
Vocaliseren is een werkwoord. De betekenis is: zangoefeningen (zonder woorden) doen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik vocaliseren?
Zo vervoeg je vocaliseren zo: de tegenwoordige tijd is vocaliseer, de verleden tijd is vocaliseerde en het voltooid deelwoord is gevocaliseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vocaliseren is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. C 5
  4. A 1
  5. L 3
  6. I 1
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vocaliseren levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. C 5
  4. A 1
  5. L 3
  6. I 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 zonder bonus
  13. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vocaliseren in het kort

vocaliseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van vocaliseren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort vocaliseren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

vocaliseren: zangoefeningen (zonder woorden) doen
Deel vocaliseren — standaardnederlands.nl