vlecht
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een gebonden pluk haar of andere vezels
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vlechten | meervoud |
| vlechtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vlechtjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van vlechten
- gebiedende wijs van vlechten
Vervoeging van vlecht
vlechthele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘gevlochten hoofdhaar, streng’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van vlecht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vlechtje | verkleinwoord | vlecht |
| vlechtjes | verkleinwoord meervoud | vlecht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vlecht zijn vastgelegd.