vijzel
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈvɛizəlBetekenis
- een vat waarin met een stamper stoffen fijngestampt kunnen worden
- een dommekracht of krik waarmee door middel van een schroef- of hydraulisch systeem, grote kracht kan worden uitgeoefend.
- een waterschroef, een spiraalvormig onderdeel van een gemaal
Hoe spreek je vijzel uit?
/ˈvɛizəl/
Vijzel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɛi | trein |
| z | zon |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- vat waarin met een stamper stoffen fijngestampt kunnen worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vijzels | enkelvoud |
| vijzeltje | verkleinwoord |
| vijzeltjes | verkleinwoord, enkelvoud |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- dommekracht of krik waarmee door middel van een schroef- of hydraulisch systeem, grote kracht kan worden uitgeoefend.
- waterschroef, een spiraalvormig onderdeel van een gemaal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vijzels | enkelvoud |
| vijzeltje | verkleinwoord |
| vijzeltjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vijzelen
- gebiedende wijs van vijzelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vijzelen
Vervoeging van vijzel
vijzelhele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] vijzel | canonical |
Woordfamilie van vijzel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vijzels | enkelvoud | vijzel |
| vijzeltje | verkleinwoord | vijzel |
| vijzeltjes | verkleinwoord | vijzel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vijzel zijn vastgelegd.