video
zelfstandig naamwoord ˈvidejoBetekenis
- de techniek van het opnemen, verwerken en weergeven van in elektronische signalen omgezette beeldinformatie
- een videofilm of videoband
- een videorecorder
- een concrete opname met behulp van video 1
- videoklip
- videorecorder
Hoe spreek je video uit?
/ˈvidejo/
Video bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| i | riet |
| d | dak |
| e | veel |
| j | ja |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- techniek van het opnemen, verwerken en weergeven van in elektronische signalen omgezette beeldinformatie
- videofilm of videoband
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| video's | meervoud |
| videootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| videootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Engels video, dat naar het voorbeeld van audio is gevormd uit Latijn video "ik zie"
Woordfamilie van video
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| video's | meervoud | video |
| videootje | verkleinwoord | video |
| videootjes | verkleinwoord meervoud | video |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van video zijn vastgelegd.
Afleidingen en samenstellingen
- videoband
- videobeeld
- videobellen
- videoboodschap
- videocamera
- videocassette
- videocassetterecorder
- videochat
- videoclip
- videoconferentie
- videofilm
- videofoon
- videofragment
- videogame
- videogeheugen
- videogesprek
- videojockey
- videokaart
- videokanaal
- videokunst
- videomuur
- videoprojector
- videorecorder
- videoregistratie