videorecorder
zelfstandig naamwoordBetekenis
- toestel waarmee men beeld en geluid op magneetband kan vastleggen en afspelen, video
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| videorecorders | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘apparaat dat tv-programma's opneemt’ voor het eerst aangetroffen in 1970
Woordfamilie van videorecorder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| videorecorders | meervoud | videorecorder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van videorecorder zijn vastgelegd.