vezelen
werkwoord /ˈvezələ(n)/Betekenis
- fluisteren
Hoe spreek je vezelen uit?
/ˈvezələn/
Vezelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| e | veel |
| z | zon |
| ə | de |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van vezelen
vezelenhele werkwoord — vezeldeverleden tijd enkelvoud — vezeldenverleden tijd meervoud — gevezeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vezel | vezelde |
| jij | vezelt | vezelde |
| hij, zij, het | vezelt | vezelde |
| wij | vezelen | vezelden |
| jullie | vezelen | vezelden |
| zij | vezelen | vezelden |
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gevezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gevezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gevezeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gevezeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gevezeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gevezeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gevezeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gevezeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gevezeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gevezeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gefezel, gefiezel | |
| gevezeld | verleden tijd, deelwoord |
| gevezeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevezeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevezeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevezeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevezeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevezeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevezeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevezeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevezeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevezeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gevezeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gevezeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gevezeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gevezeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gevezeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gevezeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gevezeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gevezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevezeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gevezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gevezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gevezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gevezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gevezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gevezeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vezelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vezelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vezel | gebiedende wijs |
| vezelde | verleden tijd |
| vezele | aanvoegende wijs |
| vezelend | onvoltooid, deelwoord |
| waart gevezeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevezeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gevezeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevezeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gevezeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gevezeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gevezeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gevezeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gevezeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gevezeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gevezeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gevezeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gevezeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gevezeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gevezeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gevezeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gevezeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gevezeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gevezeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gevezeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gevezeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevezeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gevezeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gevezeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevezeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gevezeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevezeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vezelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vezelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vezelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gevezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gevezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gevezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gevezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gevezeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevezeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevezeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gevezeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevezeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gevezeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevezeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevezeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevezeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vezelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vezelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vezelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gevezeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevezeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevezeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevezeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gevezeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gevezeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevezeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevezeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevezeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vezelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vezelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vezelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gevezeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevezeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevezeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vezelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gevezeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevezeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevezeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevezeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gevezeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gevezeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevezeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevezeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevezeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vezelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vezelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vezelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vezelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gevezeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevezeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevezeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vezelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
frequentatief gevormd uit vezen met het achtervoegsel -el
Woordfamilie van vezelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gevezeld | voltooid deelwoord | vezelen |
| gevezelde | woordvorm | vezelen |
| vezelde | verleden tijd | vezelen |
| vezelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vezelen |
| vezele | aanvoegende wijs | vezelen |
| vezelend | onvoltooid deelwoord | vezelen |
| vezelende | woordvorm | vezelen |
| vezelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vezelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vezelen zijn vastgelegd.