Naar de inhoud

vetmesten

een dier/persoon overvloedig en calorierijk voedsel aanbieden zodat deze in gewicht aankomt

vetmesten

werkwoord

Betekenis

  1. een dier/persoon overvloedig en calorierijk voedsel aanbieden zodat deze in gewicht aankomt

Vervoeging van vetmesten

vetmestenhele werkwoord — mestte vetverleden tijd enkelvoud — mestten vetverleden tijd meervoud — vetgemestvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik mest vet mestte vet
jij mest vet mestte vet
hij, zij, het mest vet mestte vet
wij mesten vet mestten vet
jullie mesten vet mestten vet
zij mesten vet mestten vet
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben vetgemest voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent vetgemest voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is vetgemest impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was vetgemest impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd vetgemest impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt vetgemest impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal vetgemest worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal vetgemest zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou vetgemest worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou vetgemest zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had vetgemest voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vetgemest voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vetgemest voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vetgemest voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vetgemest voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vetgemest voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vetgemest voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vetgemest voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vetgemest actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vetgemest voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vetgemest voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vetgemest voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vetgemest voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vetgemest voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vetgemest voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is vetgemest voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is vetgemest voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mest vet gebiedende wijs
mestte vet verleden tijd
te hebben vetgemest actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vetmesten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vet te mesten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vet te zullen mesten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vet zal mesten bijzin, toekomende tijd
vet zou mesten bijzin, voorwaardelijk
vet zouden mesten bijzin, voorwaardelijk
vet zoudt mesten bijzin, voorwaardelijk
vet zullen mesten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vet zullen mesten bijzin, toekomende tijd
vet zult mesten bijzin, toekomende tijd
vetgemest verleden tijd, deelwoord
vetgemest te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vetgemest te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vetgemest te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vetgemest te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vetgemest te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vetgemest worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vetgemest zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vetgemest zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vetgemest zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vetgemest zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vetmest bijzin, tegenwoordige tijd
vetmestend onvoltooid, deelwoord
vetmestte bijzin, verleden tijd
vetmestten bijzin, verleden tijd
waart vetgemest voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vetgemest voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren vetgemest voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vetgemest voltooid, verleden tijd, derde persoon
was vetgemest voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was vetgemest voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was vetgemest voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd vetgemest enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd vetgemest enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd vetgemest enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden vetgemest enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden vetgemest enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden vetgemest enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt vetgemest enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word vetgemest enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden vetgemest enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden vetgemest enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden vetgemest enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt vetgemest enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt vetgemest enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal vetgemest hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vetgemest hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vetgemest hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vetgemest worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vetgemest worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal vetgemest zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vetgemest zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vetmesten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vetmesten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vetmesten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal vetmesten bijzin, toekomende tijd
zijn vetgemest voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn vetgemest voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn vetgemest voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt vetgemest voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou vetgemest hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vetgemest hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vetgemest hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vetgemest worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vetgemest worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou vetgemest worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vetgemest zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vetgemest zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vetgemest zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vetmesten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vetmesten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vetmesten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou vetmesten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) vetmesten vet zou(dt) mesten bijzin, voorwaardelijk
zouden vetgemest hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vetgemest hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vetgemest hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vetgemest worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vetgemest worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vetgemest worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vetgemest zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vetgemest zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vetgemest zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vetmesten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vetmesten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vetmesten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden vetmesten bijzin, voorwaardelijk
zoudt vetgemest hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vetgemest worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vetgemest zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vetmesten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt vetmesten bijzin, voorwaardelijk
zullen vetgemest hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vetgemest hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vetgemest hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vetgemest worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vetgemest worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vetgemest worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vetgemest zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vetgemest zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vetgemest zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vetmesten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vetmesten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vetmesten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vetmesten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen vetmesten bijzin, toekomende tijd
zult vetgemest hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vetgemest worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van vet en mesten

Woordfamilie van vetmesten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
mest vet gebiedende wijs vetmesten
meste vet woordvorm vetmesten
mesten vet aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon vetmesten
mestte vet verleden tijd vetmesten
mestten vet aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vetmesten
vetgemest voltooid deelwoord vetmesten
vetgemeste woordvorm vetmesten
vetmest subordinate-clause, tegenwoordige tijd vetmesten
vetmeste with-subordinate-clause vetmesten
vetmestend onvoltooid deelwoord vetmesten
vetmestende woordvorm vetmesten
vetmestte subordinate-clause, verleden tijd vetmesten
vetmestten subordinate-clause, verleden tijd vetmesten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vetmesten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vetmesten

Wat betekent vetmesten?
Vetmesten is een werkwoord. Het woord betekent: een dier/persoon overvloedig en calorierijk voedsel aanbieden zodat deze in gewicht aankomt.
Hoe vervoeg je vetmesten?
Je vervoegt vetmesten als volgt: het voltooid deelwoord is vetgemest. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vetmesten is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. T 2
  4. M 3
  5. E 1
  6. S 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vetmesten levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. T 2
  4. M 3
  5. E 1
  6. S 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vetmesten in het kort

vetmesten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van vetmesten zijn 86 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort vetmesten bij een woordfamilie van 13 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

vetmesten: een dier/persoon overvloedig en calorierijk voedsel aanbieden zodat deze in gewicht aankomt
Deel vetmesten — standaardnederlands.nl