verzuim
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- afwezig zijn
- iets niet gedaan hebben
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| verzuimen | meervoud |
| verzuimpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| verzuimpjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verzuimen
- gebiedende wijs van verzuimen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verzuimen
Vervoeging van verzuim
verzuimhele werkwoord
Woordfamilie van verzuim
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verzuimpje | verkleinwoord | verzuim |
| verzuimpjes | verkleinwoord meervoud | verzuim |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verzuim zijn vastgelegd.