verzitten
werkwoordBetekenis
- anders gaan zitten
Vervoeging van verzitten
verzittenhele werkwoord — verzatverleden tijd enkelvoud — verzatenverleden tijd meervoud — verzetenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verzit | verzat |
| jij | verzit | verzat |
| hij, zij, het | verzit | verzat |
| wij | verzitten | verzaten |
| jullie | verzitten | verzaten |
| zij | verzitten | verzaten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had verzeten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verzeten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verzeten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verzeten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verzeten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verzeten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verzeten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verzeten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verzeten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verzeten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verzeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verzeten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verzeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verzeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verzeten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verzeten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verzitten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verzitten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzat | verleden tijd |
| verzeten | verleden tijd, deelwoord |
| verzeten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzeten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verzit | gebiedende wijs |
| verzitte | aanvoegende wijs |
| verzittend | onvoltooid, deelwoord |
| zal verzeten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verzeten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verzeten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verzitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verzitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verzitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou verzeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verzeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verzeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verzitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verzitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verzitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verzeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verzeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verzeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verzitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verzitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verzitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verzeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verzitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verzeten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verzeten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verzeten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verzitten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verzitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verzitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verzitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verzeten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verzitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van zitten met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verzitten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verzat | verleden tijd | verzitten |
| verzaten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verzitten |
| verzeten | voltooid deelwoord | verzitten |
| verzit | gebiedende wijs | verzitten |
| verzitte | aanvoegende wijs | verzitten |
| verzittend | onvoltooid deelwoord | verzitten |
| verzittende | woordvorm | verzitten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verzitten zijn vastgelegd.