Naar de inhoud

verzitten

anders gaan zitten

verzitten

werkwoord

Betekenis

  1. anders gaan zitten

Vervoeging van verzitten

verzittenhele werkwoord — verzatverleden tijd enkelvoud — verzatenverleden tijd meervoud — verzetenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verzit verzat
jij verzit verzat
hij, zij, het verzit verzat
wij verzitten verzaten
jullie verzitten verzaten
zij verzitten verzaten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had verzeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verzeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verzeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verzeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verzeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verzeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verzeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verzeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verzeten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verzeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verzeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verzeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verzeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verzeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verzeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verzeten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verzitten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verzitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzat verleden tijd
verzeten verleden tijd, deelwoord
verzeten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzeten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verzit gebiedende wijs
verzitte aanvoegende wijs
verzittend onvoltooid, deelwoord
zal verzeten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verzeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verzeten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verzitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verzitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verzitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou verzeten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verzeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verzeten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verzitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verzitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verzitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verzeten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verzeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verzeten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verzitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verzitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verzitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verzeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verzitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verzeten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verzeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verzeten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verzitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verzitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verzitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verzitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verzeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verzitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van zitten met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verzitten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verzat verleden tijd verzitten
verzaten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verzitten
verzeten voltooid deelwoord verzitten
verzit gebiedende wijs verzitten
verzitte aanvoegende wijs verzitten
verzittend onvoltooid deelwoord verzitten
verzittende woordvorm verzitten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verzitten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verzitten

Wat is de betekenis van verzitten?
Verzitten is een werkwoord. De betekenis is: anders gaan zitten.
Hoe vervoeg ik verzitten?
Zo vervoeg je verzitten zo: de tegenwoordige tijd is verzit, de verleden tijd is verzat en het voltooid deelwoord is verzeten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verzitten is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. Z 4
  5. I 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verzitten levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. Z 5
  5. I 2
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verzitten in het kort

verzitten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verzitten staan er 31 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verzitten bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verzitten: anders gaan zitten
Deel verzitten — standaardnederlands.nl