verzenden
werkwoordBetekenis
- een bericht via post of e-mail overbrengen
Vervoeging van verzenden
verzendenhele werkwoord — verzondverleden tijd enkelvoud — verzondenverleden tijd meervoud — verzondenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verzend | verzond |
| jij | verzendt | verzond |
| hij, zij, het | verzendt | verzond |
| wij | verzenden | verzonden |
| jullie | verzenden | verzonden |
| zij | verzenden | verzonden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verzonden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verzonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verzonden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verzonden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verzonden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verzonden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verzonden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verzonden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verzonden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verzonden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verzonden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verzonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verzonden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verzonden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verzonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verzonden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verzonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verzonden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verzonden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verzonden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verzonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verzonden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verzonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verzonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verzonden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verzonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verzonden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verzonden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verzenden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verzenden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzend | gebiedende wijs |
| verzende | aanvoegende wijs |
| verzendend | onvoltooid, deelwoord |
| verzond | verleden tijd |
| verzonden | verleden tijd, deelwoord |
| verzonden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verzonden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verzonden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzonden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzonden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzonden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verzonden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verzonden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verzonden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verzonden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| waart verzonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verzonden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verzonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verzonden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verzonden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verzonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verzonden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verzonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verzonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verzonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verzonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verzonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verzonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verzonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verzonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verzonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verzonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verzonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verzonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verzonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verzenden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verzenden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verzenden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verzonden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verzonden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verzonden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verzonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verzonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verzonden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verzonden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verzonden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verzonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verzonden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verzonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verzenden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verzenden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verzenden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verzonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verzonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verzonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verzonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verzonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verzonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verzonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verzonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verzonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verzenden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verzenden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verzenden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verzonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verzonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verzonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verzonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verzonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verzonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verzonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verzonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verzonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verzenden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verzonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verzonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verzonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verzenden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verzenden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verzenden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verzenden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verzonden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verzonden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verzonden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verzonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verzonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verzonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verzonden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verzonden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verzonden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verzenden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verzonden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verzonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verzonden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van zenden met het voorvoegsel ver-.
Woordfamilie van verzenden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verzend | gebiedende wijs | verzenden |
| verzende | aanvoegende wijs | verzenden |
| verzendend | onvoltooid deelwoord | verzenden |
| verzendende | woordvorm | verzenden |
| verzendt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verzenden |
| verzond | verleden tijd | verzenden |
| verzonden | voltooid deelwoord | verzenden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verzenden zijn vastgelegd.