verzekeringspolis
zelfstandig naamwoord vɛrˈzekərɪŋsˌpolɪsBetekenis
- een door de verzekeraar afgegeven akte waarin de verzekeringsovereenkomst schriftelijk of digitaal wordt vastgelegd
- verzekeringsbrief
Hoe spreek je verzekeringspolis uit?
/vɛrˈzekərɪŋsˌpolɪs/
Verzekeringspolis bestaat uit zes lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| z | zon |
| e | veel |
| k | kat |
| ə | de |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| s | sok |
| p | pak |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- document van de verzekeraar dat vastlegt op welke vergoedingen een verzekering recht heeft en welke voorwaarden daarbij gelden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| verzekeringspolisje | verkleinwoord, enkelvoud |
| verzekeringspolisjes | verkleinwoord, meervoud |
| verzekeringspolissen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van verzekering zn en polis zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van verzekeringspolis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verzekeringspolisje | verkleinwoord | verzekeringspolis |
| verzekeringspolisjes | verkleinwoord meervoud | verzekeringspolis |
| verzekeringspolissen | meervoud | verzekeringspolis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verzekeringspolis zijn vastgelegd.