verzeilen
werkwoordBetekenis
- ergens terecht komen
Vervoeging van verzeilen
verzeilenhele werkwoord — verzeildeverleden tijd enkelvoud — verzeildenverleden tijd meervoud — verzeildvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verzeil | verzeilde |
| jij | verzeilt | verzeilde |
| hij, zij, het | verzeilt | verzeilde |
| wij | verzeilen | verzeilden |
| jullie | verzeilen | verzeilden |
| zij | verzeilen | verzeilden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verzeild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verzeild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verzeild | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verzeild | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verzeild | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verzeild | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verzeild worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verzeild zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verzeild worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verzeild zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verzeild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verzeild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verzeild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verzeild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verzeild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verzeild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verzeild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verzeild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verzeild | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verzeild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verzeild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verzeild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verzeild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verzeild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verzeild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verzeild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verzeild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verzeild | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verzeilen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verzeilen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzeil | gebiedende wijs |
| verzeild | verleden tijd, deelwoord |
| verzeild te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verzeild te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verzeild te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzeild te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzeild te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzeild worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verzeild zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verzeild zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verzeild zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verzeild zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verzeilde | verleden tijd |
| verzeile | aanvoegende wijs |
| verzeilend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verzeild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verzeild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verzeild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verzeild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verzeild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verzeild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verzeild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verzeild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verzeild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verzeild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verzeild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verzeild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verzeild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verzeild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verzeild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verzeild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verzeild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verzeild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verzeild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verzeild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verzeild hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verzeild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verzeild hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verzeild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verzeild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verzeild zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verzeild zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verzeilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verzeilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verzeilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verzeild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verzeild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verzeild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verzeild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verzeild hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verzeild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verzeild hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verzeild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verzeild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verzeild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verzeild zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verzeild zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verzeild zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verzeilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verzeilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verzeilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verzeild hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verzeild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verzeild hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verzeild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verzeild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verzeild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verzeild zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verzeild zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verzeild zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verzeilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verzeilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verzeilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verzeild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verzeild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verzeild zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verzeilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verzeild hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verzeild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verzeild hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verzeild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verzeild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verzeild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verzeild zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verzeild zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verzeild zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verzeilen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verzeilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verzeilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verzeilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verzeild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verzeild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verzeild zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verzeilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van zeilen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verzeilen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verzeil | gebiedende wijs | verzeilen |
| verzeild | voltooid deelwoord | verzeilen |
| verzeilde | verleden tijd | verzeilen |
| verzeilden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verzeilen |
| verzeile | aanvoegende wijs | verzeilen |
| verzeilend | onvoltooid deelwoord | verzeilen |
| verzeilende | woordvorm | verzeilen |
| verzeilt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verzeilen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verzeilen zijn vastgelegd.