Naar de inhoud

verzamelen

bijeenbrengen; aan een voorraad toevoegen

verzamelen

werkwoord vərˈzamələ(n)

Betekenis

  1. bijeenbrengen; aan een voorraad toevoegen
  2. een verzameling hebben of aanleggen van
  3. zich ~: bijeenkomen

Hoe spreek je verzamelen uit?

/vərˈzamələn/

Verzamelen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈzamələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
z zon
a maan
m maan
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. bij elkaar brengen; aan een voorraad toevoegen transitive
  2. in een collectie samenbrengen transitive
  3. bij elkaar komen unergative
  4. wederkerend bij elkaar komen

Vervoeging van verzamelen

verzamelenhele werkwoord — verzameldeverleden tijd enkelvoud — verzameldenverleden tijd meervoud — verzameldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verzamel verzamelde
jij verzamelt verzamelde
hij, zij, het verzamelt verzamelde
wij verzamelen verzamelden
jullie verzamelen verzamelden
zij verzamelen verzamelden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verzameld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verzameld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verzameld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verzameld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verzameld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verzameld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verzameld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verzameld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verzameld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verzameld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verzameld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verzameld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verzameld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verzameld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verzameld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verzameld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verzameld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verzameld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verzameld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verzameld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verzameld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verzameld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verzameld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verzameld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verzameld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verzameld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verzameld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verzameld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verzamelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verzamelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzamel gebiedende wijs
verzamel me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verzamel u/je , verzamelt je gebiedende wijs
verzameld verleden tijd, deelwoord
verzameld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verzameld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verzameld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzameld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzameld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzameld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verzameld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verzameld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verzameld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verzameld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verzamelde verleden tijd
verzamelde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verzamelde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
verzamelde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verzamelde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verzamelde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
verzamelde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verzamelde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verzamelden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verzamelden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
verzamelden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
verzamele aanvoegende wijs
verzamele zich aanvoegende wijs
verzamelen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verzamelen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verzamelen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verzamelend onvoltooid, deelwoord
verzamelt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verzamelt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verzamelt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verzamelt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verzamelt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verzamelt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
waart verzameld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verzameld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verzameld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verzameld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verzameld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verzameld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verzameld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verzameld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verzameld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verzameld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verzameld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verzameld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verzameld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verzameld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verzameld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verzameld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verzameld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verzameld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verzameld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verzameld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me verzamelen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal verzameld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verzameld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verzameld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verzameld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verzameld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verzameld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verzameld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verzamelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verzamelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verzamelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich verzamelen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je verzamelen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich verzameld hebben verleden tijd
zich verzamelend onvoltooid, deelwoord
zijn verzameld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verzameld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verzameld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verzameld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verzameld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verzameld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verzameld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verzameld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verzameld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verzameld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verzameld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verzameld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verzameld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verzamelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verzamelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verzamelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verzameld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verzameld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verzameld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verzameld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verzameld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verzameld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verzameld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verzameld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verzameld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verzamelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verzamelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verzamelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verzameld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verzameld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verzameld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verzamelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen je verzamelen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons verzamelen eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen verzameld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verzameld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

van Middelnederlands versamelen ww , in de betekenis van ‘vergaren’ voor het eerst aangetroffen in 1444; op te vatten als afleiding door dissimilatie uit verzamenen ww

Woordfamilie van verzamelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verzamel gebiedende wijs verzamelen
verzameld voltooid deelwoord verzamelen
verzamelde verleden tijd verzamelen
verzamelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verzamelen
verzamele aanvoegende wijs verzamelen
verzamelend onvoltooid deelwoord verzamelen
verzamelende woordvorm verzamelen
verzamelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verzamelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verzamelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over verzamelen

Hoe spreek je verzamelen uit?
De uitspraak van verzamelen is: /vərˈzamələ(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent verzamelen?
Verzamelen is een werkwoord. Het woord betekent: bijeenbrengen; aan een voorraad toevoegen. Deze pagina beschrijft 7 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je verzamelen?
Je vervoegt verzamelen als volgt: de tegenwoordige tijd is verzamel, de verleden tijd is verzamelde en het voltooid deelwoord is verzameld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verzamelen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. Z 4
  5. A 1
  6. M 3
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verzamelen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. Z 5
  5. A 1
  6. M 3
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 zonder bonus
  12. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verzamelen in het kort

verzamelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 7 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van verzamelen zijn 103 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verzamelen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verzamelen: bijeenbrengen; aan een voorraad toevoegen
Deel verzamelen — standaardnederlands.nl