verzamelen
werkwoord vərˈzamələ(n)Betekenis
- bijeenbrengen; aan een voorraad toevoegen
- een verzameling hebben of aanleggen van
- zich ~: bijeenkomen
Hoe spreek je verzamelen uit?
/vərˈzamələn/
Verzamelen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| z | zon |
| a | maan |
| m | maan |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- bij elkaar brengen; aan een voorraad toevoegen transitive
- in een collectie samenbrengen transitive
- bij elkaar komen unergative
- wederkerend bij elkaar komen
Vervoeging van verzamelen
verzamelenhele werkwoord — verzameldeverleden tijd enkelvoud — verzameldenverleden tijd meervoud — verzameldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verzamel | verzamelde |
| jij | verzamelt | verzamelde |
| hij, zij, het | verzamelt | verzamelde |
| wij | verzamelen | verzamelden |
| jullie | verzamelen | verzamelden |
| zij | verzamelen | verzamelden |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verzameld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verzameld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verzameld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verzameld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verzameld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verzameld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verzameld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verzameld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verzameld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verzameld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verzameld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verzameld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verzameld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verzameld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verzameld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verzameld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verzameld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verzameld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verzameld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verzameld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verzameld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verzameld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verzameld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verzameld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verzameld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verzameld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verzameld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verzameld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verzamelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verzamelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzamel | gebiedende wijs |
| verzamel me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verzamel u/je , verzamelt je | gebiedende wijs |
| verzameld | verleden tijd, deelwoord |
| verzameld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verzameld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verzameld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzameld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzameld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzameld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verzameld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verzameld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verzameld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verzameld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verzamelde | verleden tijd |
| verzamelde je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verzamelde me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verzamelde u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| verzamelde u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verzamelde zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verzamelde zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| verzamelde zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verzamelden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verzamelden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| verzamelden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| verzamele | aanvoegende wijs |
| verzamele zich | aanvoegende wijs |
| verzamelen je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verzamelen ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verzamelen zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verzamelend | onvoltooid, deelwoord |
| verzamelt je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verzamelt u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verzamelt u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verzamelt zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verzamelt zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verzamelt zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| waart verzameld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verzameld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verzameld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verzameld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verzameld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verzameld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verzameld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verzameld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verzameld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verzameld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verzameld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verzameld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verzameld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verzameld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verzameld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verzameld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verzameld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verzameld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verzameld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verzameld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal me verzamelen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal verzameld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verzameld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verzameld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verzameld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verzameld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verzameld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verzameld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verzamelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verzamelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verzamelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal zich verzamelen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je verzamelen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich verzameld hebben | verleden tijd |
| zich verzamelend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn verzameld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verzameld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verzameld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verzameld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verzameld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verzameld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verzameld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verzameld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verzameld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verzameld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verzameld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verzameld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verzameld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verzamelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verzamelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verzamelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verzameld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verzameld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verzameld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verzameld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verzameld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verzameld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verzameld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verzameld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verzameld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verzamelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verzamelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verzamelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verzameld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verzameld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verzameld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verzamelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen je verzamelen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons verzamelen | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen verzameld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verzameld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
van Middelnederlands versamelen ww , in de betekenis van ‘vergaren’ voor het eerst aangetroffen in 1444; op te vatten als afleiding door dissimilatie uit verzamenen ww
Woordfamilie van verzamelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verzamel | gebiedende wijs | verzamelen |
| verzameld | voltooid deelwoord | verzamelen |
| verzamelde | verleden tijd | verzamelen |
| verzamelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verzamelen |
| verzamele | aanvoegende wijs | verzamelen |
| verzamelend | onvoltooid deelwoord | verzamelen |
| verzamelende | woordvorm | verzamelen |
| verzamelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verzamelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verzamelen zijn vastgelegd.