verzagen
werkwoord ˈvɛrzaɣə(n)Betekenis
- in kleinere stukken zagen
Hoe spreek je verzagen uit?
/ˈvɛrzaxən/
Verzagen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| z | zon |
| a | maan |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verzagen
verzagenhele werkwoord
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van verzien
Vervoeging van verzagen
verzagenhele werkwoord — verzaagdeverleden tijd enkelvoud — verzaagdenverleden tijd meervoud — verzaagdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verzaag | verzaagde |
| jij | verzaagt | verzaagde |
| hij, zij, het | verzaagt | verzaagde |
| wij | verzagen | verzaagden |
| jullie | verzagen | verzaagden |
| zij | verzagen | verzaagden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verzaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verzaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verzaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verzaagd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verzaagd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verzaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verzaagd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verzaagd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verzaagd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verzaagd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verzaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verzaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verzaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verzaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verzaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verzaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verzaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verzaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verzaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verzaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verzaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verzaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verzaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verzaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verzaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verzaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verzaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verzaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verzagen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verzagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzaag | gebiedende wijs |
| verzaagd | verleden tijd, deelwoord |
| verzaagd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verzaagd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verzaagd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzaagd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzaagd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzaagd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verzaagd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verzaagd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verzaagd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verzaagd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verzaagde | verleden tijd |
| verzage | aanvoegende wijs |
| verzagend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verzaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verzaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verzaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verzaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verzaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verzaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verzaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verzaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verzaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verzaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verzaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verzaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verzaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verzaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verzaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verzaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verzaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verzaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verzaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verzaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verzaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verzaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verzaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verzaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verzaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verzaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verzaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verzagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verzagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verzagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verzaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verzaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verzaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verzaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verzaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verzaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verzaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verzaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verzaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verzaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verzaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verzaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verzaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verzagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verzagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verzagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verzaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verzaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verzaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verzaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verzaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verzaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verzaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verzaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verzaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verzagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verzagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verzagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verzaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verzaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verzaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verzagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verzaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verzaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verzaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verzaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verzaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verzaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verzaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verzaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verzaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verzagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verzagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verzagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verzagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verzaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verzaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verzaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verzagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afleiding van zagen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verzagen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verzaag | gebiedende wijs | verzagen |
| verzaagd | voltooid deelwoord | verzagen |
| verzaagde | verleden tijd | verzagen |
| verzaagden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verzagen |
| verzaagt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verzagen |
| verzage | aanvoegende wijs | verzagen |
| verzagend | onvoltooid deelwoord | verzagen |
| verzagende | woordvorm | verzagen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verzagen zijn vastgelegd.