Naar de inhoud

verwisselen

~ met twee zaken elkaars plaats in doen nemen

verwisselen

werkwoord

Betekenis

  1. ~ met twee zaken elkaars plaats in doen nemen

Vervoeging van verwisselen

verwisselenhele werkwoord — verwisseldeverleden tijd enkelvoud — verwisseldenverleden tijd meervoud — verwisseldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verwissel verwisselde
jij verwisselt verwisselde
hij, zij, het verwisselt verwisselde
wij verwisselen verwisselden
jullie verwisselen verwisselden
zij verwisselen verwisselden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verwisseld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verwisseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verwisseld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verwisseld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verwisseld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verwisseld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verwisseld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verwisseld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verwisseld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verwisseld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verwisseld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verwisseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verwisseld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verwisseld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verwisseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verwisseld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verwisseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verwisseld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verwisseld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verwisseld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verwisseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verwisseld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verwisseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verwisseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verwisseld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verwisseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verwisseld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verwisseld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verwisselen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verwisselen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verwissel gebiedende wijs
verwisseld verleden tijd, deelwoord
verwisseld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verwisseld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verwisseld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verwisseld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verwisseld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verwisseld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verwisseld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verwisseld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verwisseld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verwisseld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verwisselde verleden tijd
verwissele aanvoegende wijs
verwisselend onvoltooid, deelwoord
waart verwisseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verwisseld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verwisseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verwisseld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verwisseld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verwisseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verwisseld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verwisseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verwisseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verwisseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verwisseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verwisseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verwisseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verwisseld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verwisseld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verwisseld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verwisseld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verwisseld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verwisseld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verwisseld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verwisseld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verwisseld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verwisseld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verwisseld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verwisseld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verwisseld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verwisseld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verwisselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verwisselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verwisselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verwisseld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verwisseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verwisseld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verwisseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verwisseld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verwisseld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verwisseld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verwisseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verwisseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verwisseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verwisseld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verwisseld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verwisseld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verwisselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verwisselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verwisselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verwisseld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verwisseld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verwisseld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verwisseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verwisseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verwisseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verwisseld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verwisseld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verwisseld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verwisselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verwisselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verwisselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verwisseld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verwisseld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verwisseld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verwisselen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verwisseld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verwisseld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verwisseld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verwisseld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verwisseld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verwisseld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verwisseld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verwisseld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verwisseld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verwisselen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verwisselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verwisselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verwisselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verwisseld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verwisseld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verwisseld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verwisselen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van wisselen met het voorvoegsel ver-.

Woordfamilie van verwisselen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verwissel gebiedende wijs verwisselen
verwisseld voltooid deelwoord verwisselen
verwisselde verleden tijd verwisselen
verwisselden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verwisselen
verwissele aanvoegende wijs verwisselen
verwisselend onvoltooid deelwoord verwisselen
verwisselende woordvorm verwisselen
verwisselt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verwisselen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verwisselen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verwisselen

Wat is de betekenis van verwisselen?
Verwisselen is een werkwoord. De betekenis is: ~ met twee zaken elkaars plaats in doen nemen.
Hoe vervoeg ik verwisselen?
Zo vervoeg je verwisselen zo: de tegenwoordige tijd is verwissel, de verleden tijd is verwisselde en het voltooid deelwoord is verwisseld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verwisselen is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. W 5
  5. I 1
  6. S 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verwisselen levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. W 5
  5. I 2
  6. S 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 24 zonder bonus
  13. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verwisselen in het kort

verwisselen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verwisselen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verwisselen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verwisselen: ~ met twee zaken elkaars plaats in doen nemen
Deel verwisselen — standaardnederlands.nl