Naar de inhoud

verwijlen

zich ophouden

verwijlen is meer dan één woord

verwijlen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. zich ophouden

Vervoeging van verwijlen

verwijlenhele werkwoord — verwijldeverleden tijd enkelvoud — verwijldenverleden tijd meervoud — verwijldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verwijl verwijlde
jij verwijlt verwijlde
hij, zij, het verwijlt verwijlde
wij verwijlen verwijlden
jullie verwijlen verwijlden
zij verwijlen verwijlden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had verwijld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verwijld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verwijld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verwijld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verwijld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verwijld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verwijld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verwijld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verwijld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verwijld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verwijld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verwijld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verwijld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verwijld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verwijld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verwijld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verwijlen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verwijlen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verwijl gebiedende wijs
verwijld verleden tijd, deelwoord
verwijld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verwijld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verwijlde verleden tijd
verwijle aanvoegende wijs
verwijlend onvoltooid, deelwoord
zal verwijld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verwijld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verwijld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verwijlen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verwijlen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verwijlen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou verwijld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verwijld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verwijld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verwijlen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verwijlen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verwijlen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verwijld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verwijld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verwijld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verwijlen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verwijlen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verwijlen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verwijld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verwijlen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verwijld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verwijld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verwijld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verwijlen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verwijlen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verwijlen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verwijlen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verwijld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verwijlen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord verwijl

Herkomst

Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘vertoeven’ voor het eerst aangetroffen in 1580

Woordfamilie van verwijlen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verwijld voltooid deelwoord verwijlen
verwijlde verleden tijd verwijlen
verwijlden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verwijlen
verwijle aanvoegende wijs verwijlen
verwijlend onvoltooid deelwoord verwijlen
verwijlende woordvorm verwijlen
verwijlt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verwijlen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verwijlen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verwijlen

Wat is de betekenis van verwijlen?
Verwijlen is een werkwoord. De betekenis is: zich ophouden.
Hoe vervoeg ik verwijlen?
Zo vervoeg je verwijlen zo: de tegenwoordige tijd is verwijl, de verleden tijd is verwijlde en het voltooid deelwoord is verwijld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verwijlen is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. W 5
  5. I 1
  6. J 4
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verwijlen levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. W 5
  5. I 2
  6. J 4
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 23 zonder bonus
  11. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verwijlen in het kort

verwijlen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van verwijlen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verwijlen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verwijlen: zich ophouden
Deel verwijlen — standaardnederlands.nl