Naar de inhoud

verwezenlijken

werkelijkheid maken van plannen realiseren, waarmaken

verwezenlijken

werkwoord

Betekenis

  1. werkelijkheid maken van plannen realiseren, waarmaken

Vervoeging van verwezenlijken

verwezenlijkenhele werkwoord — verwezenlijkteverleden tijd enkelvoud — verwezenlijktenverleden tijd meervoud — verwezenlijktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verwezenlijk verwezenlijkte
jij verwezenlijkt verwezenlijkte
hij, zij, het verwezenlijkt verwezenlijkte
wij verwezenlijken verwezenlijkten
jullie verwezenlijken verwezenlijkten
zij verwezenlijken verwezenlijkten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verwezenlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verwezenlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verwezenlijkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verwezenlijkt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verwezenlijkt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verwezenlijkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verwezenlijkt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verwezenlijkt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verwezenlijkt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verwezenlijkt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verwezenlijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verwezenlijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verwezenlijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verwezenlijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verwezenlijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verwezenlijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verwezenlijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verwezenlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verwezenlijkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verwezenlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verwezenlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verwezenlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verwezenlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verwezenlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verwezenlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verwezenlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verwezenlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verwezenlijkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verwezenlijken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verwezenlijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verwezenlijk gebiedende wijs
verwezenlijke aanvoegende wijs
verwezenlijkend onvoltooid, deelwoord
verwezenlijkt verleden tijd, deelwoord
verwezenlijkt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verwezenlijkt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verwezenlijkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verwezenlijkt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verwezenlijkt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verwezenlijkt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verwezenlijkt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verwezenlijkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verwezenlijkt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verwezenlijkt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verwezenlijkte verleden tijd
waart verwezenlijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verwezenlijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verwezenlijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verwezenlijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verwezenlijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verwezenlijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verwezenlijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verwezenlijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verwezenlijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verwezenlijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verwezenlijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verwezenlijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verwezenlijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verwezenlijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verwezenlijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verwezenlijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verwezenlijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verwezenlijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verwezenlijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verwezenlijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verwezenlijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verwezenlijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verwezenlijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verwezenlijkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verwezenlijkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verwezenlijkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verwezenlijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verwezenlijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verwezenlijkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verwezenlijkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn verwezenlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verwezenlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verwezenlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verwezenlijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verwezenlijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verwezenlijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verwezenlijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verwezenlijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verwezenlijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verwezenlijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verwezenlijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verwezenlijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verwezenlijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verwezenlijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verwezenlijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verwezenlijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verwezenlijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verwezenlijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verwezenlijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verwezenlijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verwezenlijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verwezenlijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verwezenlijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verwezenlijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verwezenlijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verwezenlijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verwezenlijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verwezenlijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verwezenlijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verwezenlijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verwezenlijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verwezenlijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen verwezenlijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verwezenlijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verwezenlijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verwezenlijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verwezenlijkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verwezenlijkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verwezenlijkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verwezenlijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verwezenlijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verwezenlijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verwezenlijkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verwezenlijkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verwezenlijkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult verwezenlijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verwezenlijkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verwezenlijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verwezenlijkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van wezenlijk met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van verwezenlijken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verwezenlijk gebiedende wijs verwezenlijken
verwezenlijke aanvoegende wijs verwezenlijken
verwezenlijkend onvoltooid deelwoord verwezenlijken
verwezenlijkende woordvorm verwezenlijken
verwezenlijkt voltooid deelwoord verwezenlijken
verwezenlijkte verleden tijd verwezenlijken
verwezenlijkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verwezenlijken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verwezenlijken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verwezenlijken

Wat is de betekenis van verwezenlijken?
Verwezenlijken is een werkwoord. De betekenis is: werkelijkheid maken van plannen realiseren, waarmaken.
Hoe vervoeg ik verwezenlijken?
Zo vervoeg je verwezenlijken zo: de tegenwoordige tijd is verwezenlijk, de verleden tijd is verwezenlijkte en het voltooid deelwoord is verwezenlijkt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verwezenlijken is 32 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. W 5
  5. E 1
  6. Z 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. L 3
  10. I 1
  11. J 4
  12. K 3
  13. E 1
  14. N 1
  15. 32 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verwezenlijken levert met Wordfeud minimaal 34 en maximaal 132 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. W 5
  5. E 1
  6. Z 5
  7. E 1
  8. N 1
  9. L 3
  10. I 2
  11. J 4
  12. K 3
  13. E 1
  14. N 1
  15. 34 zonder bonus
  16. 132 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verwezenlijken in het kort

verwezenlijken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verwezenlijken staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verwezenlijken bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verwezenlijken: werkelijkheid maken van plannen realiseren, waarmaken
Deel verwezenlijken — standaardnederlands.nl